scorcese

  • Pin it!

    Ficties


    'Laat de kunstenaars hun werk doen', schreef Luc Rasson gisteren in een opiniestuk in De Standaard. Het stuk was een reactie op een bijdrage van Bernard-Henry Lévy een dag eerder. Die had het over Tarantino's Inglourious Bastards en Martin Scorcese's Shutter Island en stelde dat 'het nazisme nu een nieuw speelterrein aan het worden is voor het vermaak van de stoute jongens van Hollywood'. Het principiële bezwaar tegen beide films is hun blijkbaar ontoelaatbare losheid in de omgang met de historische werkelijkheid — die bij Tarantino (diens film zag ik) misschien wel de kroon spant omdat hij Hitler in een bioscoop laat sterven in plaats van in zijn Berlijnse bunker, zoals (realiseert ook BHL zich) een andere overlevering wil (is bijvoorbeeld Der Untergang van Hirschbiegel wel historisch correct? Volgens weer andere criticasters was Hitler in die film veel 'te menselijk' neergezet…). Maar ook Scorcese maakt er een potje van wanneer hij boven de toegangspoort van Dachau het opschrift 'Arbeit macht frei' zet. Een foutje? Of moedwil? BHL weet het niet. Maar hij weet op basis van beide films in ieder geval voldoende om te stellen:

    'Zoals Berkeley's God, die zijn schepping direct vernieuwt, hebben de filmbonzen van Hollywood besloten dat zij het recht hebben om te bevelen wat echt is en wat niet. Sterker zelfs, het is een vorm van zelfbediening waarbij het ene onderwerp niet meer taboe is dan het andere. Degenen die vinden dat de werkelijkheid voortaan niets anders mag zijn dan een andere vorm van fictie, omdat verhalen de wereld draaiende houden, maken daarbij hun keuze. Kunst komt op de eerste plaats. Niet de nagedachtenis, en nog minder alles wat moreel is.'

    Untergang
    De dood van Hitler in Der Untergang


    Dit lijkt wat al te kort door de bocht. Niet zozeer omdat op de vrijheid van de kunstenaar niets valt af te dingen, zoals Rasson in zijn reactie schrijft, en al evenmin omdat BHL zichzelf hier 'een brevet van morele zuiverheid' zou toekennen, al is dat inderdaad niet zonder problemen natuurlijk. Het is te kort door de bocht omdat hier aan kunst iedere aanspraak op de werkelijkheid wordt ontzegd. Kunst en nagedachtenis worden hier tegenover elkaar geplaatst als twee elkaar volstrekt uitsluitende grootheden, terwijl juist als het op zoiets onvatbaars als de holocaust aankomt, kunst vaak nog de enige mogelijkheid is om te naderen tot wat dat geweest moet zijn. Men moet wat dat aangaat echt Jacq Vogelaars Over kampliteratuur (2006) eens bestuderen.

    Inglorious
    De dood van Hitler in Inglourious Bastards


    Dat uit elkaar spelen van nagedachtenis en kunst, van historische werkelijkheid en literatuur doet in feite ook Rasson wanneer hij zegt dat we kunstenaars hun werk moeten laten doen: spreek ze niet aan op de sociale en morele consequenties van wat ze maken. 'Inglourious Bastards is geen revisionistische film: het is een briljante artistieke fantasie', schrijft hij. Dat laat onverlet dat men aan die fantasie vragen mag stellen. Wat heeft Tarantino precies met déze fantasie willen zeggen, meer specifiek: op welke wijze is zijn film — naast tamelijk hilarisch en bij tijd en wijle op zijn Tarantino's behoorlijk irritant en kinderachtig — ook een bijdrage aan het denken over de Tweede Wereldoorlog en de holocaust? Is het misschien te ver gezocht (het is in ieder geval niet minder controversieel) om in het groepje wraakzuchtige joden dat in deze film op de meest grove wijze een slachting aanricht onder nazi's een verwijzing te zien naar de Mossad en het Israël van na de Tweede Wereldoorlog? Schuift Tarantino (het huidige) Israël en dat wat door dat land zelf niet zelden (om niet te zeggen: te pas en te onpas) wordt gebruikt om haar eigen handelen te rechtvaardigen of om kritiek op dat handelen de mond te snoeren — de holocaust — schuift Tarantino dat hier in elkaar? Er is een link te leggen tussen Inglourious Bastards en Munich van Spielberg, bijvoorbeeld, al werd in die laatste film het geweld en het oudtestamentische principe waarop Israël zich onverminderd blijft beroepen — oog om oog (je zou toch willen dat ook in hun religie die Verlosser eens op aarde kwam) —, uiteindelijk geproblematiseerd en als probleem ook gedramatiseerd in de persoonlijke worsteling van de hoofdpersonen. Daar kun je bij Tarantino lang op wachten, natuurlijk.

    Gesteld dat dit een vruchtbare piste is om te bewandelen: wat zegt Tarantino hier dan over zowel de holocaust als over de joden? Eén mogelijkheid is minstens dat de slachtoffers (de joden) niet voor hun beulen (de nazi's) onderdoen… Dat maakt bij alle ironie en hilariteit (ik zwijg nog over de referenties aan de oude western, met de joden in de rol van scalperende roodhuiden, dus in de rol van wat in dat soort films 'wilden' heetten te zijn) — dat maakt Inglourious Bastards tot een ongemakkelijke film. Níét omdat hij een loopje neemt met de historische werkelijkheid, maar omdat hij die werkelijkheid vanuit een heel ander perspectief benadert en bevraagt.

    De vraag blijft met welk doel. Maar als we kunstenaars hun werk laten doen, is dat misschien nu juist waar het om gaat: dat we ons bewust worden van de manipulaties van de feiten (zonder manipulatie kan een verhaal niet bestaan, noch fictie, noch factie). Ten aanzien van de holocaust moeten we dringend uit onze hengsels gelicht worden, al was het maar omdat mensen als BHL, of eerder al Claude Lanzmann (die om ongeveer dezelfde reden ernstige bezwaren had tegen Spielbergs Schindler's List), de historische werkelijkheid van de holocaust verheffen tot datgene wat het nooit mag worden als we ook maar enigszins gestand willen doen wat we met z'n allen (of toch bijna met z'n allen) bij elke herdenking herhalen: 'nie wieder Auschwitz'. Ze maken van de historische werkelijkheid een boventijdelijk gegeven waartoe de hele mensheid zich alleen op een bepaalde voorgeschreven manier mag verhouden: deemoed, schuldbesef, gehoorzaamheid. Men wordt geen revisionist wanneer men bij dat beeld vragen stelt — en al helemaal geen negationist. In zekere zin haalt men de werkelijkheid van de holocaust (die niet alleen historisch is, maar op zijn minst ook psychologisch) dichterbij door die los te maken van de sacrosancte context waarin hij blijkbaar alleen maar kan en mag verschijnen. En dat alles niet omdat de werkelijkheid niets anders mag zijn dan fictie, maar omdat elke fictie het in zich heeft om werkelijkheid te worden.