david kirkpatrick

  • Pin it!

    Mobilhome


    Als we dan toch bezig zijn als opiniemaker van dienst deze week — schreef ik het stukje over Winkler Prins op verzoek, onderstaand stuk diende ik ongevraagd in en verscheen vandaag in De Morgen.

    screenshot_47.1


    ‘Onze beschaving heeft behoefte aan verhalen zoals ze behoefte heeft aan het wiel, vuur of glasvezeltechnologie’, aldus voormalig Paramountbaas David Kirkpatrick in De Morgen van 25 november. Omdat men bang is dat de ‘YouTubegeneratie’ bij verhalen zal afhaken vanwege een onvermogen zich langer dan vijf minuten te concentreren, is Kirkpatrick samen met het MIT een verhalenlaboratorium begonnen om het verhaal voor verdwijning te behoeden.

    Er is inderdaad reden tot bezorgdheid. Een benaming als ‘YouTubegeneratie’ geeft al aan waarom: een hele generatie vernoemen naar een verschijnsel dat nog geen vijf jaar bestaat, betekent dat de ‘incidentencultuur’ inmiddels ook hen in de greep heeft die haar willen bestrijden. Alles in onze hijgerige, op scoops en snelverkoop gerichte samenleving is gericht op de vernietiging van elke vorm van continuïteit.

    Het nieuwste boek van schrijver X staat los van zijn jarenlange oeuvre, alsof hij daarvoor nog nooit iets schreef. Het zou zo maar kunnen dat een nieuwe uitgave van Walschaps
    Houtekiet plotseling bejubeld wordt als een opmerkelijk debuut van een nieuw talent — want wie Walschap ook alweer was, dat zijn zelfs zij die niet tot de YouTubegeneratie behoren al grotendeels vergeten. Popsongs lijken door de huidige downloadcultuur zelfs los te staan van hun makers, en in ieder geval leiden de nieuwe mogelijkheden om muziek aan te schaffen tot de dood van het ‘album’: van een serie onderling samenhangende, door de artiest zo en niet anders samengevoegde songs.

    Al in de jaren zeventig zag Christopher Lasch in het ontbreken van ieder idee van historische continuïteit een van de ziekteverschijnselen van zijn tijd. Het maakte dat allerlei zaken die normaliter tot overgeërfde tradities behoorden deel gingen uitmaken van het voortgezet en hoger onderwijs — een gang van zaken die ook vandaag de dag nog steeds voortgaat (de leerkracht als psycholoog, voedingsconsulent, opticien en wat er zoal nog meer in zijn of haar richting wordt geschoven). "Het zal niet lang meer duren," schreef Lasch honend in zijn
    The Culture of Narcissism (1979), "of men zal op universiteiten gedwongen zijn cursussen aan te bieden in het strikken van veters."

    Het is al tot in den treure herhaald: de ‘grote verhalen’ zijn ten einde. Ieder zinnig mens zou daarop reageren door nu eindelijk, laten we zeggen: de Bijbel of de Koran te lezen zonder die druk van bovenaf die voorheen van het geschrevene op straffe van hel en eeuwige verdoemenis het voorgeschrevene maakte. Het zijn per slot van rekening prachtige boeken. Zelfs de spijswetten in de Bijbel (‘Al wat onder de dieren de klauw gespleten heeft, en herkauwt, zult gij eten’) zijn zonder dat wurgende moralisme dan te lezen als een misschien vroege voorloper van wat de aanhangers van biologische voeding vandaag de dag propageren, en eigenlijk zo gek nog niet. Een varken vreet echt alles, wist u dat? Zelfs kadavers. Om dan vervolgens zo’n beest op te eten — geef toe, dat heeft iets vunzigs. We hebben echter God of Allah niet nodig om dat vast te stellen.

    Het ‘einde van de grote verhalen’ is door velen opgevat als de afschaffing ervan, maar het enige wat eindigde was de claim van welk verhaal dan ook op absolute geldigheid. Bijbel en Koran werden op het niveau gebracht waarop de Griekse mythen al geruime tijd staan en waarmee iedere literator uit alle macht tracht te concurreren. Want ook de schrijvers, onder wie een bepaalde voorhoede zich lange tijd toelegde op juist ‘de verstoring van de verhaalillusie’, zijn tamelijk massaal teruggekeerd naar het vertellen van verhalen.

    Geen wonder. Met de afschaffing van de absolute waarheid ligt de weg naar de waarheid weer open. Want dat is toch wat we willen, ook de meest verstokte sceptici onder ons. Verhalen dienen om ons dat verlangen én de onmogelijkheid ervan nog eens te laten inzien: ze bieden ons beschutting tegen het onoverwinbare menselijke tekort zolang we ze lezen. Ze vormen met elkaar, en verwijzend naar elkaar, het bewijs van onze aanwezigheid.

    In die zin zijn verhalen onmisbaar, al lijkt me de behoefte aan verhalen niet hetzelfde als de behoefte aan het wiel, het vuur of, godbetert, de glasvezeltechnologie. Dat soort vergelijkingen hoort thuis in de wereld van het warenhuis, in de ge-atomiseerde samenleving waarin alles enkel als een van elke geschiedenis losgemaakt ‘product’ bestaat. Nee, de behoefte is ten diepste religieus. Het is de behoefte om in iets te geloven — al is het dan slechts voor de duur van het vertelsel zelf. Zonder dat lukt het niet eens meer om onszelf aan elkaar te denken tot ‘iemand’.

    Ironisch genoeg bekeerde David Kirkpatrick zich weer tot het christendom, en als een ‘born-again christian’ het verhaal voor de ondergang wil behoeden, blijft het oppassen natuurlijk. Voor je het weet is een verhaal dan weer voorschrift en plicht in plaats van een mobilhome voor onze twijfels.