• Pin it!

    Deze maand in De leeswolf

    screenshot_74.jpg

     

    EEN VIS OP HET DROGE

    Dit jaar verscheen de achtste, herziene druk van Alessandro Baricco's essay De barbaren. Toen het boek in 2009 in het Nederlands verscheen (het verscheen oorspronkelijk in 2006) en ik een paar recensies over het boek en ook nog een interview met de auteur had gelezen, besloot ik dat ik dit zoveelste 'beste boek van het jaar' nu eens links zou laten liggen. Mijn tijd in dit ondermaanse is beperkt, en ik had wel wat beters te doen dan een boek te lezen van maar weer eens zo'n intellectueel die ging verdedigen wat hem zelf wezensvreemd was louter uit angst om niet bij de tijd te zijn. Zeggen dat diepgang niet bestaat, zoals Baricco in een interview deed, en dat op die manier voorstellen als juist de diepgang waartoe iemand die zich tegen zo'n constatering verzet niet in staat lijkt — het is vermoeiend. Je Grote Gelijk halen door te beweren dat het Grote Gelijk niet bestaat — wat een flauwiteit. Passons. Het voordeel van een goed vooroordeel is tijdwinst.

    Maar was mijn vooroordeel werkelijk terecht? In de afgelopen jaren hoorde ik door mij gewaardeerde critici en wetenschappers in positieve zin over het boek spreken. Het boek is in de afgelopen jaren zoiets als een ijkpunt in discussies over culturele en andere waarden geworden — enfin, men refereerde er toch aan op andere plekken dan enkel aan de borreltafel of de cafétoog. En het boek kreeg die waardering juist omdat het in zijn omgang met wat de culturele waarden zou bedreigen een wat ander standpunt innam dan in de gebruikelijke cultboeken over de op handen zijnde apocalyps. Ik denk dan bijvoorbeeld aan De ondergang van het denken van Finkelkraut of, om een al heel oude bestseller van stal te halen, aan De cultuur van het narcisme van Christopher Lasch. Het feit dat er nu een herziene versie uitkwam, was misschien een goede aanleiding om het toch eens te gaan lezen.

    Om met dat laatste te beginnen: de enige herziening waarvan sprake is, blijkt de toevoeging te zijn van een essay dat Baricco in 2010 op het online magazine Wired publiceerde. Het voegt bijzonder weinig toe aan het boek dat er al lag. En ik moet zeggen dat ik aanvankelijk ook veel spijt had aan dat boek alsnog begonnen te zijn. Baricco schreef de korte hoofdstukjes waaruit zijn essay bestaat oorspronkelijk als aflevering voor de krant La Repubblica. Of dat de reden is voor de toch wat merkwaardige toon van het geheel weet ik niet goed. Ik stel me voor dat ik ook als krantenlezer behoorlijk geïrriteerd zou raken als ik voortdurend word aangesproken als iemand die niet helemaal goed bij zijn hoofd is. De auteur probeert me namelijk na iedere samengestelde zin met meer dan een bijvoeglijk naamwoord gerust te stellen. Hij vraagt me voortdurend mijn geduld niet te verliezen als iets volgens hem wel heel erg moeilijk dreigt te worden. 'Snap je er niets van?' vraagt hij mij nadat hij in de eerste pagina's in mijn ogen nog niets anders dan onnozelheden heeft gedebiteerd. 'Logisch, het boek is nog niet eens begonnen'. Elders, na blijkbaar weer iets wat moeilijk en ingewikkeld geweest is, schrijft hij dat ik me nu even mag ontspannen. Ik mag even uitblazen van meneer de schrijver.

    Baricco zit met andere woorden voortdurend op zijn hurken en spreekt de lezers toe als waren het kleuters. Correctie: hij heeft een toon gekozen waarvan hij zelf gedacht moet hebben dat ze het beste zou passen bij een publiek van barbaren. Zelf verkeert hij 'tussen mensen die hebben gestudeerd, mensen die nog studeren, verhalenvertellers, theatermensen, intellectuelen, dat soort lieden'. Hij noemt dat 'een vreselijk wereldje' — en alweer lijkt hij daarmee de halve debiel die hij zich als zijn lezer voorstelt, ter wille te willen zijn. Dat hij daardoor juist extra arrogant, want paternalistisch overkomt, lijkt hem te ontgaan. Nog even los van het feit dat hij zich met deze toon richt op diegenen die hem volgens hemzelf niet zullen lezen. Barbaren lezen geen boeken meer en zelfs de relatief korte krantenstukken waaruit het boek bestaat zijn voor de gemiddelde barbaar al veel te lang en veel te ingewikkeld. Te 'diep'.

    Die barbaar moeten we zien als een mutatie, schrijft Baricco. 'Wat betreft het doorgronden van waaruit die mutatie precies bestaat, kan ik alleen maar zeggen dat die volgens mij op twee belangrijke pijlers steunt: een ander idee van wat ervaring is, en een andere opstelling van de betekenis in het weefsel van het bestaan.' (U mag na deze zin even uitblazen van mij). Vroeger was ervaring een reis naar de diepte, zo stelt Baricco, een zoektocht naar de aard van de dingen, in een poging om tot een persoonlijke verhouding met die dingen te komen. Nu gaat het er veeleer om zoveel mogelijk dingen tegelijkertijd te doen; ervaring is gelijk aan bewegen. Het gaat niet langer om wat er wordt gecommuniceerd, maar om het communiceren zelf. Men begeeft zich niet langer van het één naar het ander om in iets door te dringen, om er de (ware) betekenis van te ontdekken; de betekenis is vandaag die beweging zelf. 'Het oppervlak in plaats van de diepgang, snelheid in plaats van reflectie, sequenties in plaats van analyse, surfen in plaats van verdieping, communicatie in plaats van uiting, multitasking in plaats van specialisatie, plezier in plaats van inspanning. Een systematische ontmanteling van het hele mentale arsenaal dat ons is nagelaten door de negentiende-eeuwse, romantische burgercultuur', zo vat Barrico het aan het slot van zijn betoog nog eens samen.

    Je zou dit een min of meer adequate omschrijving kunnen noemen van de veranderingen die zich de laatste vijftig jaar in de westerse wereld hebben voltrokken, veranderingen die nog in een stroomversnelling raakten toen de computer, en nog iets later het internet hun intrede deden in het dagelijkse leven. Maar toch zit er in Baricco's aannames iets grondig scheef. En ik vrees dat de fout schuilt in wat nu juist de centrale aanname van zijn essay is. Voluit heet het boek immers De barbaren. Essay over de mutatie. Die term uit de biologie moet ons geruststellen, zoals Baricco voortdurend probeert om de beschaafde mens gerust te stellen — enfin, zijn invulling van die beschaafde mens dan toch (een angstige, door enkel vooroordelen van hoogculturele snit gestuurde, min of meer aristocratische geest — een karikatuur kortom). Beethoven, zo schrijft hij, werd in zijn eigen tijd als een barbaar gezien, omdat hij de diepte van de menselijke ervaring elders zocht dan tot dan toe gebruikelijk — en kijk, voor de in se nog steeds door de romantiek geleide cultuurmens van vandaag is Beethoven nu een van de standaarden. Het gaat om een natuurlijke ontwikkeling, zeg maar, en daar kun je nou wel tegen willen protesteren — het is nu eenmaal zo.

    Maar Beethoven was geen 'mutatie'. Beethoven brak met de traditie door er op voort te bouwen. Hij, de romantiek in het algemeen, herdefinieerde de verhouding tussen sterfelijkheid en eeuwigheid; hij ontkende die niet. De romantiek situeerde de mens nog steeds daar waar hij in het verleden altijd al werd gesitueerd: in een bepaalde verhouding tot het transcendente, tot dat wat hij niet was en niet kon zijn. De barbaar zoals Baricco hem omschrijft, herdefinieert helemaal niks. Hij schaft alleen af.

    'De beweging is de hoogste waarde. De barbaar is in staat daarvoor alles op te offeren. Zélfs zijn ziel', schrijft Baricco. Dat hij die 'ziel' vervolgens omschrijft als iets wat voortkomt uit een historisch proces 'dat een begin heeft gekend en waarschijnlijk ook een einde zal hebben' is op zich legitiem, maar zou er logisch gezien toe moeten leiden dat wat voorheen 'ziel' heette nu een andere naam krijgt. Maar de ruimte tussen onze sterfelijkheid en de eeuwigheid, tussen het leven en de dood, is in Baricco's definitie van de barbaar gewoon weggestreept. We zijn geen 'mens' meer — noch in de klassieke, noch in de middeleeuwse, de renaissancistische en dus ook niet langer in de romantische zin van dat woord — we zijn enkel nog proces, deel van een machinerie die ons voortstuwt.

    Zo bezien is het wat merkwaardig dat Baricco gedurende het hele boek zijn mutant voorstelt als een willend wezen, als iets wat de veranderingen die zich voordoen bewust stuurt, vanuit een kern die het dus tegelijkertijd niet kan hebben (nog even afgezien van het feit dat je een mutatie niet kunt willen). Ik geloof er niets van. Het wezen dat Baricco ons voorschotelt heeft alle kenmerken van de consumens, van een mens die door de almachtige markt gedwongen wordt tot consumeren, tot het najagen van kortstondige, vaak materiële verlangens die zo snel mogelijk vervuld moeten worden zodat er nieuwe, even kortstondige verlangens nagejaagd kunnen worden. Het is daarom dat bewegen de hoogste waarde is. Er moet geld verdiend worden. Het is een analyse die volledig ontbreekt in Baricco's essay. Hij heeft het wel even over barbaren die de taal van 'het Imperium' spreken, zijnde de VS — maar nergens legt hij de link tussen dat Imperium, de kenmerken van het neoliberalisme en zijn mutant. Over dat neoliberalisme wordt inderdaad niet zelden gesproken als betrof het een natuurkracht. Maar het gaat daarbij om een ideologische keuze. De dominantie van die ideologie verdoezelt dat — blijkbaar ook voor Baricco.

    Het zou goed zijn als Baricco het recent verschenen Identiteit van Paul Verhaeghe eens zou lezen — een auteur die de link tussen de veranderde mens en het neoliberalisme wél legt en er meteen ook de desastreuze gevolgen voor die mens in termen van geestelijke gezondheid en welbevinden uit afleidt. Baricco stelt de mutant steeds voor als een mens die kieuwen krijgt en dus overgaat tot een andere manier van ademen, een manier van ademen die wij — wij beschaafden — ons niet kunnen indenken. Verhaeghe maakt duidelijk dat het daarbij om een vis op het droge gaat, wanhopig happend naar adem, en ja, tot niets anders in staat dan een vorm van bewegen: spartelen.

    Het feit dat de barbaar niet langer de essentie van het bestaan zoekt of wil formuleren, betekent eigenlijk alleen maar dat die essentie elders voor hem is geformuleerd. Baricco ziet het niet. Hij zit zelf verstrikt in één van de netten die de romantiek heeft gespannen: de behoefte om 'het andere' voorrang te geven op 'het bestaande'. Het is de gedachte van het romantisch genie die tegen de gevestigde waarden ingaat om zo het nieuwe, tot dan toe onvoorstelbare, zelfs ongekende aan het licht te brengen. Baricco voert die idee door tot op het punt van zelfdestructie. Er spreekt een diep verlangen uit toch vooral niet voor conservatief door te gaan. Maar juist daardoor kiest hij voor 'the world as it is', gedefinieerd door een ideologie die hij niet als sturende kracht lijkt te erkennen, en sluit hij u en mij op in een mensbeeld waarvoor volgens diezelfde ideologie geen alternatieven zouden zijn.

    In: De Leeswolf 7, oktober 2012, p. 484-485.   

  • Pin it!

    Verlangen naar het eindsignaal

    Als iets mij gestoord heeft aan de gemeenteraadsverkiezingen dan is het wel de wijze waarop er in de media aandacht aan werd gegeven. Hoewel elk televisiestation en elke krant kan voorleggen dat er ook naar andere steden dan louter Antwerpen gekeken is, waren deze gemeenteraadsverkiezingen toch vooral die van "Patrick versus Bart". Dat blijft ook zo voor wie nu naar de commentaren en analyses kijkt, en voor wie een blik werpt op buitenlandse kranten. Zelfs NRC Handelsblad, waar nochtans een Belg aan het hoofd staat, toetert vrolijk mee in het koor van hen die het separatistische verhaal belangrijker vinden dan het verhaal van al die partijen die in dat separatisme nadrukkelijk niet meestappen — nog altijd een forse meerderheid in België, en een aanzienlijke meerderheid in Vlaanderen zelf. Journalistiek scoren met een smeuïg, dat wil zeggen: een sensationeel, liefst nog apocalyptisch verhaal is belangrijker dan het achterhalen van de werkelijkheid. Disaster sells.

    Na de Nederlandse verkiezingen maakte het wetenschappelijk instituut voor de journalistiek, De Nederlandse Nieuwsmonitor, een analyse van de verkiezingscampagne. '(…) de enorme focus op de peilingen en de versimpeling van de verkiezingscampagne tot een wedstrijd zijn de reden dat kiezers massaal strategisch stemden en dat diezelfde peilingen er zoveel naast zaten', zo stelde die. De verkiezingen in Nederland werden — net als nu bij de gemeenteraadsverkiezingen in België is gebeurd — herleid tot een tweestrijd, waarin het eerst ging om Rutte versus Roemer, en vervolgens om Samson versus Rutte. Op zich een streep door de rekening van Wilders, die zich in het reduceren van kwesties tot een hondengevecht tussen hem en iemand anders met hulp van diezelfde pers tot dan toe een meester had betoond. Geen wonder dus dat Wilders stemmen verloor: hij kwam niet langer als ideale tegenstander in beeld. Misschien oogstte hij wat hij had gezaaid: zijn jarenlange, min of meer vanzelfsprekend geworden dominantie in de pers juist vanwege die polariserende stijl van hem, leidde tot dédain voor die pers. Misschien kreeg hij nu een koekje van eigen deeg?

    Het gaat er om dat deze reductie tot een ogenschijnlijk erg overzichtelijke tweestrijd een ontoelaatbare versimpeling inhoudt van de politieke realiteit. In België ging het niet om "Patrick versus Bart" — en zelfs in Antwerpen zou het daar niet enkel om hebben mogen gaan. De vraag wat precies de inhoudelijke tegenstellingen waren tussen de partijen die door beide persoonlijkheden werden vertegenwoordigd, raakte allengs steeds meer op de achtergrond, alsook het feit dat N-VA — weliswaar in kartel met de CD&V — de afgelopen jaren in Antwerpen mee heeft bestuurd. Laat staan dat andere visies nog aan bod kwamen. 

    'Dat wedstrijdnieuws dagbladen doet verkopen en veel kijkers trekt is een valide reden vanuit een commercieel oogpunt', stelt de Nederlandse Nieuwsmonitor. 'Echter, het is de vraag in hoeverre de journalistiek ook de democratische rol van intermediair tussen politiek en burger wil en moet vervullen. Wedstrijdnieuws voedt de toeschouwers, de Nederlandse kiezer, met niets anders dan journalistiek fast food. Dit brengt een vitale democratie eerder in gevaar dan dat het bestendigt'.

    Waarna nog volgt dat misschien ook de consument eens bij zichzelf te rade moet gaan, want blijkbaar is er 'een grote markt voor deze vorm van politieke berichtgeving en laat men zich en masse verleiden tot een niet-inhoudelijke stem' — een wat rare, naar de media toe haast vergoelijkende toevoeging. Je kunt immers niet eerst stellen dat (door commerciële motieven gestuurd) wedstrijdnieuws de werkelijkheid zodanig reduceert dat de vitale democratie in gevaar wordt gebracht en daarmee dus feitelijk aan die media de definiërende kracht toeschrijven die ze, gezien de verkiezingsresultaten ook werkelijk hebben, om dan vervolgens net te doen of je als gemiddelde burger nog de mogelijkheid hebt om je onafhankelijk op te stellen tegenover wat de media ons als de werkelijkheid voorschotelen. Dat de jongens en meisjes bij de Nederlandse Nieuwmonitor dat wél kunnen, heeft veel te maken met het feit dat ze er voor doorgeleerd hebben. De meeste mensen betrekken hun wereldbeeld bij de media die het hen voorschotelen. De meesten van ons worden dagelijks gemanipuleerd dat het een lieve lust is. Hen vervolgens verwijten dat ze zich laten manipuleren is dan intellectueel niet helemaal eerlijk, lijkt me toch.

    Toch gaat het me hier niet om maar weer eens een rondje media-bashing. Ik hecht veel belang aan de zogeheten 'vierde macht'. Maar dan moet de pers wel haar taken naar behoren vervullen en haar in se kritische grondhouding niet uitsluitend begrijpen als enkel de neiging om sprekers op elk moment in de rede te vallen en er zo meteen nog een andere wedstrijd van te maken: wie produceert de meeste soundbites (ik heb niet veel op met Yves Leterme, maar de haast autistische onverstoorbaarheid waarmee hij destijds dwars tegen presentator Ivan De Vadder in bleef doorpraten had iets verfrissends).

    Het is voor mij onvoorstelbaar dat er nooit werkelijk kanttekeningen zijn gemaakt bij de perverse wijze waarop de N-VA in haar communicatie aan taalverkrachting doet. De slogan 'de kracht van verandering' is niet alleen een manier om het traditionele progressieve discours te kapen en zo de oorspronkelijk progressieve partijen als een stelletje verstokte reactionairen voor te stellen (een omkeringstrucje waar menig postmodernist trots op zou zijn — al is dat dan juist weer een filosofie waar de N-VA niks mee op lijkt te hebben). Maar 'verandering' is wel het laatste wat de N-VA voorstaat. Het programma van die partij is behalve nationalistisch vooral heel erg neo-liberaal, gebaseerd op een aantal aannames waarvan de onhoudbaarheid inmiddels nu toch wel duidelijk gebleken is. De N-VA leeft nog steeds in een droomwereld waarin ongebreidelde groei, almaar meer consumptie en het oneindig voorhanden zijn van goedkope grondstoffen de pijlers vormen. Die wereld bestaat niet (meer).

    Je zou willen dat journalisten De Wever en de zijnen daar eens op aanspraken. Het is verkiezingsbedrog als verkiezingsbelofte en legt het ontstellende cynisme bloot dat de werkelijke drijvende kracht lijkt te zijn achter deze partij. Hetzelfde gebeurde na de verkiezingsoverwinning, toen De Wever met een zelden geziene arrogantie preekte dat bescheidenheid hem sierde, onderwijl een heuse, onprettige herinneringen oproepende 'mars' op het stadhuis ondernam, bezig was een gemeenteraadsverkiezing op te blazen tot niet alleen iets van nationaal belang, maar tot iets van wereldhistorische omvang, en vervolgens ook nog een balkonscène inlastte (al moet gezegd dat wonderboy Stef Wauters (VTM) hem daar min of meer toe dwong; het nieuwsanker als volksmenner). Wat hij met de mond beleed (bescheidenheid) werd door zijn overige gedrag volledig tegengesproken.

    Het herleiden van ingewikkelde kwesties tot leugenachtige slogans zou je ook een gevolg van de werking van de media kunnen noemen, overigens. Het is niet enkel de N-VA die zich daaraan schuldig maakte. Patrick Janssens zelf is daar in 2006 al mee begonnen toen hij nadrukkelijk een niet-ideologische en puur op zijn persoon gerichte campagne voerde om Dewinter uit het stadhuis te houden. Dat probeerde hij nu weer, met zijn magazine. Ik heb dat soort verpersoonlijking altijd wat gênant gevonden — de typische strapatzen van een pure reclameman die het verschil tussen politieke overtuigingen en waspoeder natuurlijk als geen ander kent, maar het één toch als het ander wenst te verkopen vanuit de cynische (realistische) overtuiging dat iets anders voor de media toch niet zou werken. Het ergste is dat je hem daar nog niet eens ongelijk in kunt geven ook.

    media_xl_5180061.jpg

    Uiteindelijk komt het allemaal neer op een diep verlangen naar het einde van de wedstrijd. Dat men eens ophoudt om alles als een eindeloze competitie voor te stellen. Literatuur en andere cultuuruitingen worden ook nog alleen door de bril van de competitie gezien. Ik heb al nooit erg veel op gehad met hitlijsten in popmuziek — laat staan dat ik een boodschap heb aan boekentoptiens, klassementen van de beste (populairste) klassieke muziek, hoogste prijzen voor schilderijen van dode en levende kunstenaars.

    Of eigenlijk zeg ik het niet goed als ik beweer 'er geen boodschap aan te hebben'. Al die zaken hebben ook op mij invloed. Ik heb het gevoel dat ik me ertoe moet verhouden, omdat het op een bepaald moment nu eenmaal wordt voorgesteld als van het grootste belang, als de realiteit zonder meer. Vroeger meer dan nu deed ik dat door vooral neer te willen halen wat populair is — een pavlov reactie van een zelfverklaarde kritische, 'onafhankelijke' geest. Inmiddels weet ik dat wie in welke tak van sport ook als onbetwiste kampioen wordt voorgesteld mogelijkerwijs inderdaad iets in zijn mars heeft, maar zeker is dat niet. De kwaliteit staat los van wat om welke reden dan ook maar wordt opgehemeld. In kunst, in literatuur. En in de politiek.

  • Pin it!

    De constructie van authenticiteit

    Gisteren-, zondagochtend, kwam de VRT langs om een kort filmpje te maken over 'nieuwe Belgen' die meededen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Men had mij al een paar weken geleden gebeld, en met een grote voorkomendheid in de tussentijd nog ettelijke keren gevraagd of het echt wel schikte, die zondagochtend, of ik het nog steeds wilde: iets zeggen over hoe dat is, stemmen als nieuwe Belg. Ik bleef hardnekkig toezeggen.

    De opnames duurden al bij al niet zo lang. Een uurtje. Eerst wat opnames aan de ontbijttafel, zo had men gezegd. Het was daarom dat H. en ik ons ontbijt nog wat hadden uitgesteld, en ook waarom ik nog snel even naar de Turkse bakker rende voor dan toch maar wat croissants. Ja kijk eens… Beeldvorming… Wat zouden de mensen wel niet denken als ze bij die Reugebrink op tafel konden kijken en er zouden op zondagochtend geen 'koeken' zijn… Hollandse zuinigheid — ik hoorde het ze al zeggen. Die gast heeft alleen een zelfgebakken brood op tafel staan; die is duidelijk niet ingeburgerd!

    Maar tegen de tijd dat de cameraploeg arriveerde, was er eigenlijk al volop ontbeten: door onze dochter en een vriendinnetje dat was blijven slapen. Beiden werden juist voor de aankomst van de tv-ploeg opgehaald door de ouders van het vriendinnetje om vervolgens met de JNM een dagje naar zee te gaan. We zouden dus niet als leuk gezinnetje van drie figureren op tv, zo stelde ik enigszins teleurgesteld vast  — een gezinnetje dat daar overigens helemaal niet op zat te wachten. Moet dat echt? vroeg de grootste toen ik voor het eerst meldde dat de VRT zou langskomen; en de kleinste leek ook al niet zo happig om op de buis te verschijnen. Ik heb — als ik ook nog de voorkomendheid van de VRT in acht neem — echt wel moeten doorzetten om het te laten plaatsvinden.

    Waar dat toe leidt? Tot de constructie van authenticiteit. De werkelijkheid voor anderen is altijd geregisseerd, en dus verkruimelde ik twee croissants gedurende het gesprek aan de ontbijttafel, hernam iets wat ik aanvankelijk met veel euh's en in hopeloos ingewikkelde zinnen had gezegd, waarna we minstens drie keer het huis verlieten, de deur afsloten en wegliepen, twee keer dezelfde straat overstaken, een keer of twee door de gang van de school wandelden waar het kiesbureau gehuisvest was en ook nog een paar keer de straat op en neer gingen terwijl ik sprak over de kiescampagne in Gent, over het kartel Rood-Groen en de reële mogelijkheid dat burgemeester Termont wanneer hij niet de absolute meerderheid haalde de liberalen toch weer mee in bad zou trekken, waardoor de enige oppositie in Gent zou bestaan uit de rechtse N-VA van Bracke. Ik stelde dat dat misschien toch een gegronde reden was om deze keer voor de PvdA+ te stemmen, om zo ter linkerzijde nog iets van een oppositie over te houden in Gent. Een coalitie van Rood-Groen mét Open VLD leek mij vooral voor Groen een probleem te worden; zouden ze niet net als ten tijde van de regering Verhofstadt in de hoek komen te zitten waar de klappen vallen? Waren ze niet te naïef? Want zijn de sociaal-democraten van Termont en Van Den Bossche niet nog steeds ziek in het neo-liberale bedje waarin alle sociaal-democratische partijen in Europa sinds Blair en Schröder en Kok ziek zijn?

    Anderzijds, oreerde ik terwijl interviewer en cameraman achterwaarts voortstapten in de Sint Salvatorstraat — een heroïsche daad voor wie weet hoe het trottoir er daar bijligt — anderzijds heb ik ook een beetje moeite met die linkse(re) stemmen die de 'citymarketing' van de Gentse (paarse) coalitie heel scherp stelden tegenover het tekort aan sociale woningbouw, en die 'prestigeprojecten' als de nieuwe Stadshal als belemmering voor de armoedebestrijding zien. De doorwerking van dat soort projecten, de uitstraling ervan op andere gebieden dan enkel het wel en wee van de Gentse toeristenindustrie, wordt door die stemmen wel eens onderschat. Zoals bijvoorbeeld zelfs Groen in haar partijprogramma ook gewoon stelt dat de Kanaalzone, met de Gentse haven en met veel vervuilende industrie, op zich levensnoodzakelijk is voor het welzijn van heel Gent.

    Ik was kortom ineens op dreef. Begon analyses ten beste te geven, dilemma's te formuleren, strategische overwegingen af te zetten tegen principiële, moffelde er nog wat tussen over cultuurbeleid in de stad — en al die tijd struikelde de cameraman niet.

    Gisteren om half twee werd onderstaand filmpje uitgezonden. (De kwaliteit is matig omdat het item 'nieuwe Belg' uiteraard niet voorkomt in het overzicht van de hoogtepunten uit het verkiezingsprogramma zoals die te vinden zijn op de site van de redactie.be. Om het hier toch te kunnen laten zien heb ik het zelf met een fototoestel opgenomen van tv).

    Uiteraard, zo zou ik bijna zeggen, is alles wat ik heb gezegd gereduceerd tot dat ene punt: de 'nieuwe Belg' die voor het eerst in die hoedanigheid zijn stem uitbrengt. Elke andere invulling van dat item, een uitbreiding van het filmpje met al mijn commentaar en analyses, zou er iets heel anders van hebben gemaakt — en dat was nu eenmaal niet de bedoeling.

    De grap is dat het personage dat ik hier zie acteren, veel weg heeft van Daniël Winfried Rega — de hoofdpersoon uit Het grote uitstel. Hij wil er graag bijhoren, hoor ik hem zeggen. Hij is daar gevoelig voor. Hij blaakt van burgerzin en goede moed. Nee, ik ga niet zo flauw zijn om daarmee te beweren dat mij door montage en opzet onrecht is aangedaan. Het is zeker een kant van mijn persoon. En dat de andere kant — de intellectueel, zeg maar, degene die de zaken in twijfel trekt, van een andere kant benadert, tot op het laatste moment twijfelde of hij   het bolletje Rood-Groen of toch maar PvdA+ zou inkleuren — dat die kant niet aan de orde komt, het spreekt eigenlijk wel vanzelf. 

     

    3b6f0f82-f4f5-11e1-803c-4b8853830338_original.jpg.h380.jpg

    De Stadshal

  • Pin it!

    Meterstrijd

    A man's home is his castle. Als particuliere want geprivatiseerde bedrijven menen dat ze zonder mijn medeweten in mijn huis mogen kijken, dan wordt er iets in mij wakker. Afgelopen vrijdag stonden er lieden van Eandis in mijn slaapkamer om een meter te plaatsen waarop ze zonder mijn tussenkomst kunnen aflezen hoeveel ik op welke momenten verbruik. Daar gaan mijn plannen om via een clandestiene wietplantage op zolder mijn karige inkomen als arme schrijver wat aan te vullen. En ik die dacht dat het hier een proefproject betrof zonder verplichting om deel te nemen. 

    Ik schreef er voor De Standaard vandaag dit over:

    --------------   

    Slimme meters zijn geen recht maar een plicht

     

    Waarom zou een bedrijf zomaar, zonder mijn toestemming, toegang moeten krijgen tot mijn verbruiksgegevens, vraagt MARC REUGEBRINK zich af.

     

    OPI2_G7R3V6FKT010FO_01_slimmemeter01.jpg.h380.jpg

    Ik durf er bijna niet over te beginnen. Er zijn de wreedheden in Syrië bijvoorbeeld. De indignados worden in Spanje weer eens van de straat geknuppeld. Er is honger in Griekenland. En wie de tv-debatten over de gemeenteraadsverkiezingen een beetje volgt, heeft de indruk dat het enige plekje op aarde dat er werkelijk toe doet, 't Schoon Verdiep in Antwerpen is. Vandaar mijn schroom. Het gaat maar om mijn straat, om mijn buurt in mijn stad, Gent.

    Die straat is voor de zoveelste keer in een paar maanden opengelegd. Naarstig gravende mannen bij bonkende radio's vanaf half acht 's ochtends. Eerst werden er nieuwe leidingen gelegd. Dat zoiets af en toe moet, begrijp ik. Ik behoor niet tot het contingent burgers dat bij de eerste de beste losse stoeptegel een sms stuurt naar onze immer pal en paraat staande burgervader.

    Daniël Termont is vooral bezig met het beantwoorden van (niet zelden) futiele klachten, zo was mijn indruk toen ik hem in een programma van Martin Heylen uren in de weer zag met zijn blackberry. Zo'n klagende burger wil ik niet zijn, zelfs niet als ik om de haverklap rubberlaarzen aan moet om mijn huis uit te kunnen.

    Toch wekte de zoveelste invasie van werklui deze week mijn wrevel. Vorig jaar kreeg ik een door onder andere burgemeester Termont ondertekende brief waarin juichend werd gemeld dat onze wijk door Eandis was uitverkoren voor een proefproject rond ‘slimme meters' (DS 26 september). Het stadsbestuur deed ‘een warme oproep om aan dit onderzoeksproject mee te werken', las ik. ‘Zo staat u als inwoner van Gent mee aan de wieg van het energieverhaal van de toekomst.'

    Bij zoiets ben ik meteen op mijn qui-vive. Eandis is uiteindelijk een commercieel bedrijf, voor 30 procent in handen van Electrabel. Dankzij die slimme meters kan dat bedrijf, zonder dat ik er weet van heb, in mijn huis binnenkijken. Uiteraard wordt dat verkocht als iets heel handigs. Ik hoef nooit meer een medewerker binnen te laten om de meterstanden op te nemen. De medewerkers die ik in het verleden binnenliet, kon ik wel nog zelf controleren – en soms was dat niet ten onrechte. Men vergiste zich wel eens in een nul of een komma.

    Het lot

    Maar behalve als handig, worden die meters vooral verkocht als onoverkomelijk, als het Lot zelve. Dit is eigenlijk helemaal geen proefproject, zo begreep ik uit de met de brief meegestuurde folder. De uitkomst staat al vast. Het is de enige mogelijkheid om ‘de grote uitdagingen' waarvoor ‘het energielandschap' staat, het hoofd te bieden.

    Zo wordt zelfs de suggestie gewekt dat de plaatsing van een slimme meter een gunst is. Ze gaan dat namelijk helemaal gratis doen. En, zo zei de medewerker van Eandis die een aantal weken na de brief langskwam voor een ‘voorbereidend bezoek' (ook gratis): u moet zich wel realiseren dat als u weigert u straks 800 euro kwijt bent voor de verplichte plaatsing. Want die plaatsing komt er. Na de bij voorbaat geslaagde proef.

    Ik besloot aan de warme oproep van de burgemeester geen gehoor te geven en zei: ‘nee, dank u' tegen de medewerker van Eandis. Hij nam er hoofdschuddend nota van. Kous af. Hier ten huize staan alleen domme meters die na mijn intelligente tussenkomst de gewenste resultaten opleveren.

    Totdat op vrijdagochtend vriendelijke werklui van de onderaannemer en uiteindelijk iemand van Eandis zelf bij de meterkast in mijn slaapkamer stonden. Ik wil niet, zei ik. U zult moeten, zei de man van Eandis. Hij schermde met Europa. Hij schermde met wetten die al aangenomen zouden zijn (onjuist: minister Freya Van den Bossche loopt niet hoog op met het project). Hij schermde maar wat. Hij zei ook: als u die meter niet installeert zult u zonder stroom gezet worden. Imponeergedrag waar ik waarschijnlijk wat minder gevoelig voor ben dan, bijvoorbeeld, mijn bejaarde buren verderop in de straat, of sommige allochtone gezinnen die het Nederlands niet beheersen.

    Er zijn ergere dingen, ik zei het al. Maar op het moment dat ‘een warme oproep' verandert in een bevel om mee te werken, gaan er bij mij toch wat rode lichtjes branden. Totdat Eandis de stroom afsluit, natuurlijk. Het is maar één voorbeeld van de wijze waarop men met burgers meent om te kunnen gaan: als louter consumenten wier verbruik en stoelgang elders afgelezen en berekend kunnen worden. En dat in verkiezingstijd. Nu nog wachten totdat Volksgezondheid in het kader van de verhoging van het algehele veiligheidsgevoel in samenwerking met GlaxoSmithKline een warme oproep tot ons richt om in het kader van een proefproject verplicht pilletjes te slikken die ons rustig houden.

    --------------

    Minister Freya Van den Bossche wordt in de pers 'een koele minnares' van het hele project genoemd, omdat het, als de meters uiteindelijk overal geplaatst gaan worden, omgerekend twee miljard euro kost aan de belastingbetaler, terwijl het nuttige effect van die meters geenszins bewezen is, zelfs twijfelachtig wordt genoemd (dit op basis van o.m. een proefproject dat al in de omgeving van Mechelen loopt).

    Maar buiten dat. Het gaat hier over meters die het de netbeheerder eenvoudiger maakt om precies te weten hoeveel gas en elektriciteit er op een bepaald moment en op een bepaalde plek wordt verbruikt. De privacycommissie stelt in de krant dat ze de ontwikkelingen rond de slimme meters scherp in het oog zal houden. Maar toen wij die commissie afgelopen vrijdag belden, kregen we twee dingen te horen: ten eerste dat volgens de privacycommissie verbruikersgegevens niet als persoonsgegevens werden beschouwd; ten tweede dat ze het zelf eigenlijk ook allemaal niet zo goed wisten en we beter contact opnamen met de Vreg (de energiewaakhond). Dat wekt meteen veel vertrouwen, moet ik zeggen.

    Het werkelijke punt is dat energie in de zeer nabije toekomst een schaars goed gaat worden. De productie en distributie van energie is in handen gelegd van private maatschappijen wier doel is om winst te maken. Die maatschappijen komen vervolgens met een meter die ons zogezegd moet helpen om minder te gaan verbruiken van wat zij aanbieden. Ze hebben het goed met ons en met de wereld voor. Ik geloof daar niks van. Niet omdat ik van nature wantrouwig ben. Maar omdat ik niet naïef ben.

    In mijn discussie met de dreigende Eandis-man werd mij ook nog voorgehouden dat de gas- en elektriciteitsmeters in mijn huis niet mijn eigendom waren. Dat ik verplicht was om Eandis toegang te verschaffen tot mijn woning om die meters te kunnen controleren, vervangen etc. Zolang ik het zelf ben die de deur open doe om hen binnen te laten, is er wat mij betreft ook geen probleem. 'U staat hier toch?', zei ik, 'in mijn slaapkamer nog wel'. Het punt is dat die meters vroeger door de overheid zijn geplaatst. Bij de bedoelingen van de overheid kun je ook vraagtekens plaatsen, maar zo Amerikaans ben ik nu ook weer niet. Ik denk uiteindelijk dat nutsvoorzieningen beter in handen van de overheid zijn dan in handen van een privébedrijf (al mag dat allemaal niet meer van 'Europa'). En dat ik, in het algemeen belang dat energievoorziening uiteindelijk is, die overheid toegang moet verschaffen tot mijn woning kan ik begrijpen. Maar als die energievoorziening geprivatiseerd is, lijkt me dat er aan de rechten en plichten van zowel mij als het privébedrijf toch ook wat zou moeten veranderen. Het gaat nu niet meer om het algemeen belang, maar om het belang van het bedrijf in kwestie. Dat bedrijf wil winst maken. Mijn verhouding tot controleurs en aflezers van mijn meterstanden is daarmee een andere geworden dan voorheen.

    Natuurlijk schuilt er achter dit alles een juridische kluwen die ik niet kan ontwarren — en niemand behalve zij die ervoor doorgestudeerd hebben. Ik probeer het voorlopig met gezond verstand. En oprechte verontwaardiging over de wijze waarop bedrijven menen de individuele rechten van burgers terzijde te kunnen schuiven.

    'Tja meneer,' zei de onderaannemer toen de Eandisman vertrokken was, 'u bent niet de enige. Wij hebben al heel wat te verduren gekregen de afgelopen weken, terwijl wij het ook niet hebben bedacht natuurlijk. En onder ons gezegd en gezwegen, ik begrijp de mensen ook wel'. Waarna hij lustig voortging met graven en andere voorbereidende werkzaamheden.

    -----------

    14:35 u. Achterkomend bericht: van de minister krijgen ik en andere weigeraars in ieder geval een steuntje in de rug.