• Pin it!

    Terugstaken

    EFLYER-WESTRIKEBACK(lowres).jpg

    In het debat waaraan ik eergisteren, op de nationale stakingsdag, in De Vooruit deelnam, verschoof het perspectief al heel snel van een andere kijk op onze samenleving naar wat de realiteit heet te zijn. Dirk Holemans had in een korte speech getracht het perspectief te verleggen van de noodzaak tot groei naar vertraging. Langer werken (want daarover ging het debat) betekent ook meer produceren, en om het kasboekje kloppend te maken moeten we daardoor ook weer meer consumeren. Dat gaat nog steeds terug op een groeimodel dat uitgaat van goedkoop geld, goedkope grondstoffen en goedkope energie. Aan geen van die drie voorwaarden wordt momenteel nog voldaan. We zullen dus naar een ander model toe moeten.

    Vergeefse moeite, zoiets, wanneer Karel Van Eetvelt van de Unizo (die mij en vele anderen 's ochtends verraste met een sms'je waarin stond dat hij, Karel, blij was dat wij die dag wél zouden gaan werken — waaruit je mag afleiden dat de Kruispuntbank van Ondernemingen, waar ik verplicht ingeschreven sta, zonder mijn toestemming mijn gegevens heeft doorgespeeld aan de Unizo) — wanneer wat later ook Jo Libeer van Voka aanschuift en Eddy Van Lancker van het ABVV zich vervolgens gedwongen ziet het vakbondsstandpunt te verdedigen. Voor je het weet gaat zo'n discussie dan over hoogst technische zaken, over financiering van dit en financiering van dat, zij het alles wel steeds binnen het gegeven neoliberale kader. Terwijl Holemans nu juist een ander kader probeerde te schetsen.

    Daar zat ik dan als schrijver maatschappelijk relevant te wezen. Ik kwam niet veel verder dan een opmerking dat het nu juist om de doorbreking van dat kader moest gaan, dat we af moesten van oeverloze discussies over wat mogelijk is binnen wat als feit wordt geaccepteerd, dat de politiek de kunst van het onmogelijke diende te zijn, moest laten zien wat er wenselijk of zelfs noodzakelijk is. Opmerkelijk was wel dat na die uitspraak over 'de kunst van het onmogelijke' Jo Libeer zich naar mij overboog en zei dat het daar inderdaad om ging. Waarna hij het weer vlotjes over 'realisme' had en daarmee overduidelijk verwees naar de neoliberale woestenij waarin we verkeren. Dit is een vertegenwoordiger van een organisatie die pleidooien voor sociale rechtvaardigheid een vorm van stagnatie noemt en in elk pleidooi voor solidariteit een vorm van conservatisme ziet.

    Wat later wist ik er nog tussen te werpen dat het bij alle zaken, ook bij die van Holemans (of juist bij die van Holemans) niet ging om alleen maar de principiële instemming en vervolgens de Not In My Backyard-reactie. Je kunt niet instemmen met de noodzaak van milieumaatregelen en dan de consequenties daarvan op persoonlijk vlak verontwaardigd van de hand wijzen. Typerend voor de reacties op de staking was wat mij betreft ook dat mensen hun ongenoegen altijd alleen maar uitten met betrekking tot de hinder die zij er persoonlijk van ondervonden: mijn trein rijdt niet, ik heb geen kinderopvang — een schandaal is het! We moesten de weg naar het algemeen belang terugvinden, zo hoorde ik mijzelf galmen, en afzien van het individuele, particuliere belang. Datzelfde had ik afgelopen zaterdag ook al in De Standaard gezegd.

    Helaas kon ik niet de hele avond blijven, zodat ik de keynote van Paul Verhaeghe niet live kon meemaken — een uitstekend verhaal over de desastreuze invloed van het neoliberalisme op zowat alle vlakken van het leven, iets waarover ik al eerder een artikel van hem las — 'De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen' (in Oikos 56, 1/2011, 4-22),een artikel dat me n.a.v. mijn kerstessay werd toegestuurd door een redacteur van Rekto:Verso.

    Het debat waar ik aan deelnam, werd geregeld onderbroken door ene Kader of Kadar — een allochtone werkloze die van de achterste rijen af en toe iets riep. Meestal ging het daarbij om zaken die niet echt aansloten bij wat er in het debat werd gezegd, maar die hem persoonlijk wel zwaar op de maag lagen: dat hij als allochtoon niet aan het werk kwam (België is echt een ramp op dit vlak), wel vaak stages mocht doen, maar daarna onverwijld naar huis werd gestuurd bijvoorbeeld. De man was kwaad, soms zelfs wanhopig, ook al omdat hij vooral als stoorzender en door een enkeling als komische noot werd gezien. Ik zag nog meer kwade stakers die waarschijnlijk aan het gelul op het podium geen boodschap hadden en ieder geval naar vooral Van Eetvelt en Libeer keken met een blik die weinig goeds beloofde. Het contrast tussen het debat en de fysieke realiteit van de arbeider werd hier soms erg groot.

    Het is natuurlijk goed om een manifestatie te organiseren waarmee je probeert om een ander toekomstperspectief te schetsen — maar We strike back bleef toch vooral een kanttekening bij het heersende discours. Waar we nood aan hebben zijn politici en vakbondsmensen die wat ook door hen momenteel eigenlijk als onrealistisch wordt gezien, als toekomstbeeld durven uit te dragen. Paul Verhaeghe heeft gelijk als hij stelt dat ook bij hen die momenteel kritiek uiten op het neoliberale discours dat neoliberalisme diep is doorgedrongen in het eigen denken.