• Pin it!

    Literatuur als straf

    Vandaag in De Standaard een kleine bedenking bij de straf die politierechter D'Hondt — 'verwoed lezer en strenge rechter', zo staat er onder zijn foto — aan een snelheidsduivel heeft opgelegd:

    screenshot_24.jpg

  • Pin it!

    Over wetenschap en boekenprogramma's

     

    screenshot_22.jpg

    Afgelopen zaterdag schreef journalist Joël De Ceulaer in De Standaard een essay waarin hij min of meer reageerde op (delen van) mijn kerstessay. 'Kijk mama, zonder inhoud!', heette het. Ik hoefde niet lang te lezen om te zien dat de bedoeling vooral was om te provoceren. Zo stelde hij de schrijver gelijk met vinkenzetters, kaatsfanaten en bloemschikinstructrices — en je hóórt hem bijna denken: daar zullen die schrijvers wel enorm van gaan steigeren. En verder vertoont zijn stuk alle kenmerken van een zich vergalopperende journalist die in zijn haast om te scoren slordig begint te denken.

    Ik reageerde er vandaag op in de krant — enfin, toch op een deel van zijn stuk. De tegenstelling tussen wetenschapelijke 'waarheid' en literaire 'fictie' leek me er zo ver naast dat de enig mogelijke verklaring me leek te liggen in 's mans minderwaardigheidscomplex tegenover het schrijvende deel van de natie — of misschien meer algemeen: tegenover de intellectueel. Je ziet dat wel vaker in tijden waarin economische crisis hand in hand gaat met de opkomst van populistische politieke partijen die de werkelijkheid graag eenvoudig voorstellen (dat laatste staat dan weer niet in mijn stuk):

     

    screenshot_23.jpg

    ----------------------

    Het lijken wel schrijvers, die wetenschappers!

    Wetenschap en literatuur staan niet lijnrecht tegenover elkaar, zoals Joël De Ceulaer beweert in zijn artikel ‘Kijk, mama, zonder inhoud'. Integendeel, zegt MARC REUGEBRINK, het ene kan niet zonder het andere. En dat ‘wetenschap' samenvalt met ‘waarheid', is regelrechte prietpraat.

    ‘Wetenschap maakt het complexe eenvoudig', schrijft Joël De Ceulaer in ‘Kijk mama, zonder inhoud!' (DS 7 januari). Wetenschap zou ons ‘een dieper inzicht in de werkelijkheid' verschaffen, zelfs de waarheid over die werkelijkheid verkondigen. Van een journalist die blijkens zijn stuk uit is op het creëren van tegenstellingen die er geen zijn, kan men zoiets verwachten. Maar zou er een wetenschapper zijn die dit werkelijk voor zijn rekening wil nemen?

    Ware wetenschappers houden over het algemeen te veel van de waarheid om zelfs maar te suggereren dat ze die in pacht hebben. Ze formuleren er theorieën over. Die theorieën dienen falsifieerbaar te zijn, willen ze het predikaat ‘wetenschappelijk' krijgen. De Ceulaers waarheid is in wetenschappelijke kringen dus een theorie. Stel je voor: al lang voordat filosofen er een woord voor bedachten, bestond in wetenschapskringen het postmodernisme al. In die kringen is er dan ook de meeste opwinding als er dingen gebeuren die volgens de bestaande theorieën juist niet kunnen. Als er iets niet ‘waar' blijkt te zijn. Als er deeltjes worden ontdekt die niet kunnen bestaan, bijvoorbeeld. Of deeltjes die sneller gaan dan het licht. Onmogelijk. Maar het gebeurt. Alles staat op de helling. Prachtig vinden ze dat. Dat is pas wetenschap. Een avontuur. Of hoe de veronderstelde eenvoud binnen de wetenschap altijd weer complex blijkt te zijn. Het lijken wel schrijvers, die wetenschappers!

    Fundamentalistisch

    De Ceulaer maakt in zijn stuk van wetenschap religie, het beste bewijs dat al zijn lectuur van de ‘non-fictie' die hem moest helpen inzicht te verkrijgen in de ware werkelijkheid tevergeefs is geweest. En een beetje eng is het ook, zo'n journalist met haast fundamentalistische opvattingen. Straks gaat hij ook nog verkondigen dat journalisten als hij niets anders doen dan ‘objectief de waarheid vertellen'. Een journalist met ook maar een greintje integriteit zal altijd naar die objectiviteit streven, maar ook altijd weten hoever hij er noodgedwongen van verwijderd blijft.

    In ieder geval is De Ceulaers onwelwillende samenvatting van mijn kerstessay (DS 26-29 december) erg gekleurd door zijn geloof, als het dat al is. Het ging in dat essay niet om de schrijver, maar om de cultuur die hij mede vertegenwoordigt. Uit het plezier dat De Ceulaer heeft in het afserveren van die schrijver, zou je kunnen opmaken dat hij lijdt aan een minderwaardigheidscomplex. Hij meent dat schrijvers zich beter voelen dan anderen, preciezer: beter dan hem. Dus zijn ze elitair. En dus moeten ze dringend een lesje in nederigheid krijgen. Dat is de reden waarom literatuur (ten onrechte versmald tot ‘fictie') en wetenschap (ten onrechte gelijkgesteld aan ‘de waarheid') hier tegenover elkaar worden gezet als betrof het een heuse tegenstelling. Zo kan hij onder het mom van die waarheid de schrijver nog wat fermer op zijn plaats zetten.

    Maar er is natuurlijk helemaal geen tegenstelling. Sluit het feit dat verliefdheid een cocktail is van dopamine, fenylethylamine en oxytocine de waarheid van Romeo en Julia uit? Eros blijft de waarheid van de psyche, ondanks de chemie. Onze waarheid ligt in de chemie én in wat zij ons laat denken, de verhalen die zij ons laat vertellen. We kunnen niet zonder. Men kan natuurlijk een pilletje slikken om overal vanaf te zijn. Aldous Huxleys Brave new world (1932) gaat over het soort wereld dat je dan krijgt. Al is dat natuurlijk maar een roman.

    De werkelijke elite

    Maar buiten dat: een wetenschapper heeft voor het welslagen van zijn werk het creatieve denken van de literatuur en de kunst nodig om vooruit te komen, zo hebben wetenschappelijke onderzoeken aangetoond. En een schrijver staat niet los van de bevindingen van de wetenschap (Darwin, Einstein en anderen hebben in de literatuur ferme sporen nagelaten). Bovendien zijn het niet de schrijvers die vandaag de dag elitair genoemd kunnen worden. Het zijn de aan de leiband van de markt lopende media die uitmaken wie wel en wie geen toegang krijgt tot de publieke ruimte. En op welke manier. Dáár houdt de werkelijke elite zich momenteel op.

    Waar het in het kerstessay intussen werkelijk om ging, was de wijze waarop in onze samenleving komaf wordt gemaakt met kennis en vaardigheden die onder andere noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van een democratie. Het ging om de (on)mogelijkheid om kritiek te leveren op de heersende ideologie. Het ging over de wijze waarop bijvoorbeeld De Ceulaers geliefde wetenschap gemuilkorfd wordt onder het mom van totale toepasbaarheid van alle kennis binnen een neoliberaal kader. Dat zijn kwesties waar zowel schrijvers als journalisten en nog anderen zich druk over zouden moeten maken. Niet omdat ze erboven of erbuiten staan. Een schrijver of journalist die dat gelooft, is niet goed bij zijn hoofd. Maar omdat de zich als objectief presenterende neoliberale realiteit geen boven of buiten meer toestaat.

    ---------

     

    De Ceulaer maakte in zijn stuk ook nog melding van het voornemen van Marc Coenen, netmanager van Canvas, om met een nieuw boekenprogramma te komen. 'We gaan daar zeker iets voor ontwikkelen,' zo citeert De Ceulaer hem, 'en het mag voor mijn part lachen met boeken zijn'.

    Natuurlijk. Liefst zelfs. Huilen met boeken zal het vast niet worden. Hoofdpijn met boeken verkoopt ook niet.  

    De Ceulaer gaat ervan uit dat de netmanager met dit voornemen tegemoet komt 'aan het ongenoegen dat al jaren knaagt bij Vlaamse schrijvers en uitgevers' over het uitblijven van zo'n programma. Het valt niet te ontkennen dat dat ongenoegen in die kringen inderdaad leeft. Je vraagt je wel eens af waarom we volgens de goeroes aan de Reyerslaan wél een uur of nog langer naar vier pratende hoofden kunnen kijken als het over voetbal gaat, maar niet wanneer het over iets anders, bijvoorbeeld over literatuur gaat. Sterker nog: als je vier hoofden bij elkaar zet die over literatuur praten, blijken die pratende hoofden ineens absoluut het verkeerde format voor welk tv-programma dan ook maar te zijn. Moet je op tv nooit doen, zomaar vier talking heads bij elkaar zetten. Spijtig voor een van de beste programma's van Canvas op dit moment, 'Reyers Laat' (waar het gelukkig dan weer wél kan…)

    Maar buiten dat, ik persoonlijk zit op zo'n 'boekenprogramma' op tv helemaal niet te wachten. Pogingen uit het verleden hebben laten zien dat men niet in staat is om het te maken. Men blijkt steeds in plaats van een boekenprogramma een tv-programma te hebben gemaakt. The medium is the message, schreef Marshall McLuhan al in de jaren zestig, en dat betekent in de eerste plaats dat televisie een werkelijkheid genereert waarbinnen er voor het boek als zodanig (een ander medium dat ook een andersoortige werkelijkheid creëert) eigenlijk helemaal geen plaats is. De zogenoemde boekenprograma's die we geslaagd vinden, zijn dan ook in werkelijkheid programma's over schrijvers — niet zozeer over literatuur. Van Dis op de Nederlandse VPRO in de jaren tachtig was buitengewoon aangenaam om naar te kijken, omdat de presentator meestal het werk als uitgangspunt nam voor een al dan niet diepgaand gesprek met de persoon (een gesprekje eigenlijk: meer dan 15 minuten duurden die gedachte-uitwisselingen niet) — maar ook in dat veelgeroemde boekenprogramma lag de focus bij de persoon van de auteur. 'Zeeman met boeken', een ander VPRO-programma, ging wél heel duidelijk over de boeken zelf, maar dat werd nooit zo populair als 'Hier is Adriaan van Dis…'

    Was dat wel zo geweest, dan zouden ze nu bij Canvas hun arme hoofden niet te hoeven breken over hoe je eens lekker kunt lachen met boeken. Of er nog andere dingen mee kunt ook. Er bestaat hier in Vlaanderen immers een mateloos populair boekenprogramma, Uitgelezen, een co-productie van De Vooruit en De Morgen, met Fien Sabbe als uitstekende frontvrouw, Jos Geysels en Anna Luyten als vaste waarden in een panel dat gewoonlijk wordt aangevuld met wat sprekende persoonlijkheden uit de wereld van de media — maar zelden of nooit met schrijvers (en als dat al gebeurt, zitten die daar niet voor zichzelf, maar voor de boeken die op het menu staan). In dat programma, dat hier in Gent maandelijks meerdere honderden bezoekers trekt en ook buiten Gent (in Antwerpen en Leuven, als ik me niet vergis) goed wordt bezocht, wordt soms wel eens gelachen met boeken. Er wordt ook serieus over gepraat. Lichtvoetig, soms wat oppervlakkig, maar nooit alléén maar lichtvoetig of oppervlakkig. Het is breed, maar het gaat wel degelijk over literatuur, en over datgene waarover literatuur gaat, vooral. Er is regie, er is présence — me dunkt dat ze bij Canvas alleen maar wat camera's hoeven op te stellen en klaar is kees. Maar dan moet niet  een of andere ambitieuze regisseur of een bij het woord 'literatuur' tot angstige broekplasser verworden netmanager verlangen dat degenen die het programma maken zich aanpassen aan de eisen van het medium. Voor je het weet vragen ze van de gasten of ze tijdens hun verhaal even een handstand willen maken, omdat het anders zo statisch is allemaal. Gewoon cameralieden sturen die registreren wat er gebeurt.

    Maar misschien moeten ze van dat programma ook maar gewoon met hun vingers afblijven. Het risico dat bemoeienis van tv-lieden het programma om zeep helpt, is niet denkbeeldig. En bovendien, de tv-kijker kan niet meedoen aan één van de aardige extra's die het programma te bieden heeft: de tombola. In de pauze mag het publiek formuliertjes indienen die in een grote doorzichtige plastic kubus terecht komen. Daaruit wordt er een aantal getrokken. De winnaars krijgen één van de besproken boeken. Een feest, dat Uitgelezen — én een boekenprogramma.