• Pin it!

    Laatste deel kerstessay

     

    screenshot_19.jpg

    Het laatste deel van het kerstessay verschijnt vandaag. Nu is het wachten op diegenen die inderdaad hopen op de messias. Op de site van De Standaard valt al te lezen dat mijn analyse 'pretentieus' heet te zijn. Dergelijk commentaar is een illustratie van wat ik in een eerder stuk al vaststelde: kritiek is taboe, niet gewenst. Men houdt maar beter zijn mond. En verder lees ik dat ik geen oplossingen heb. Ik ken mijn geschiedenis goed genoeg om te weten dat schrijvers met oplossingen vaak een vergissing zijn geweest. En verder laten figuren als Havel of Vargas Llosa zien dat het huwelijk tussen schrijverschap en politicus altijd ongelukkig is, hoezeer voor beiden het een ook in het verlengde van het ander lag.

    Het is niet de taak van de schrijver politicus te zijn; het is wel de taak van de schrijver om, onder nog veel meer, politiek te zijn. Ik denk dat een schrijver over het algemeen niet uit is op macht. Het gaat hem enkel om invloed op een debat over waarden en normen dat ook een politicus die wél uit is op macht na aan het hart zou moeten liggen. En het kan niet zijn dat het inhumane economistische wereldbeeld voor een politicus fait accompli is. Het is onfatsoenlijk wanneer een politicus 'de mensen' alleen gebruikt om te legitimeren wat met die mensen afrekent.

    Natuurlijk blinkt het essay niet uit door nuance. Is werkelijk het hele bedrijfsleven verderfelijk? Nee, natuurlijk niet. Er zijn meer dan voldoende ondernemers die wél het belang inzien van werknemers die iets meer kunnen dan wat ze in een geheel op de economische realiteit van dat moment afgestemd onderwijs hebben geleerd. Die weten dat creatief denken van meer belang is dan de al bij het afstuderen volledig beheerste competenties. Die houden een bedrijf weliswaar draaiende, maar helpen het niet verder. Wij hadden hier ooit een loodgieter in huis lopen die erg van Brahms, Schubert en Chopin hield, en meer voor onze boekenkast stond dan dat hij onder de lavabo lag — dat is ook niet wat ik bedoel (zijn labyrintisch buizenstelsel waarin koud en warm water een ongezonde verbinding aangingen is later onder hoongelach van echte werklui weer gesloopt). Het gaat er maar om dat de 'economische realiteit' er één is die uitgaat van mensen, niet van enkel winsten, van groei die alleen zichzelf dient.

    Ik heb de morele verontwaardiging over de wijze waarop de mens uit de vergelijking wordt weggestreept nog eens willen verwoorden. Dat is wat ik ook in bijvoorbeeld Menens tracht te doen, zij het daar op een romaneske manier. Die lijkt minder duidelijk, in ieder geval minder eenduidig dan wanneer je het in essayvorm doet — maar dat is er net het voordeel van. Het gaat er niet om 'de mensen' te veroordelen vanwege hun apathie, hun eigen consumentistische houding, waarvan de meesten overigens ook helemaal niet verlost willen worden. Het gaat er om mensen medeplichtig te maken aan wat ze niet denken te zijn, om ze van daaruit weer zelf de grenzen te laten trekken. In romans gaat het niet alleen om de suspension of disbelief, maar ook om de opschorting van de vanzelfsprekende moraal.

    Literatuur voert mensen terug naar een situatie waarin ze alle keuzes zélf opnieuw moeten maken. Enfin, idealiter dan toch. Iemand als Dalrymple is het hier al niet mee eens: die ziet niet dat de misverstanden, de eenzaamheid en de verlorenheid in het werk van Pinter een drama vertegenwoordigen; die meent dat Pinter de mens juist aan dat misverstand, die eenzaamheid en verlorenheid wil uitleveren. Hij heeft liever schrijvers die zich nog in hun werk zelf duidelijk uitspreken tegen die zaken — maar Dalrymple's liefde voor literatuur stopt dan ook bij de achttiende eeuw.

    Enfin, we werken nu hard verder aan een boek dat weliswaar de positie van literatuur in onze huidige samenleving onderkent, maar er zich terzelfder tijd tegen blijft verzetten. Iets tussen realisme en romantiek in, een positie die zich soms ook laat omschrijven als iets tussen cynisme en pathetiek in. Het cynisme van de werkelijkheid maakt elk idealisme immers pathetisch. 

    screenshot_21.jpg 

  • Pin it!

    Kerstessay deel 3

     

    screenshot_18.jpg

    Vandaag terug naar een iets breder terrein. Sommige reacties op het vorige stuk waarin ik het aandurfde om het over het schrijverschap te hebben, maakten duidelijk dat het beroep vandaag de dag niet zonder gevaren is. Misschien moeten we hier in Vlaanderen ook eens rekensommetjes maken zoals ze in Nederland zijn gemaakt in een poging te laten zien hoe onheus de extreme bezuinigingen op kunst en cultuur daar waren. Misschien moeten culturo's ook hier even meestappen in de economische logica en bijvoorbeeld becijferen dat jaarlijks een veel groter deel van de bevolking 'gebruik maakt' van kunst en cultuur dan van het onevenredig zwaar gesubsidieerde voetbal. Al heb ik geen zin om die zaken tegen elkaar uit te spelen. Ik houd wel van een goede pot — al is het met al die competities op dit moment wel van het goede te veel.

    Me wel afgevraagd waarom er zo veel wit zit tussen de 'leader' en de eigenlijke tekst, vandaag… Daar hadden zomaar veertig regels tussen gekund — de veertig die geschrapt zijn… Nee, we gaan niet neuten.

    Morgen het stuk waarin ik alles herleid tot — nee, geen politieke oplossingen, niet de revolutie die ons de nieuwe mens gaat brengen; ik ben duidelijk iemand die uit de twintigste eeuw komt en die iets te verdedigen heeft. Nee, ik breng het terug tot wat het voor mij, en ik denk voor veel anderen, in eerste instantie is: morele verontwaardiging. 

    Ik heb nog wel getwijfeld of ik het boekje van Rob Riemen er nog bij moest betrekken: De eeuwige terugkeer van het fascisme (2010). De parallellen die hij ziet met de jaren dertig zijn niet mis te verstaan, maar werden toch ook door velen weggelachen. Dat is ten onrechte. Maar de gedachte dat zoiets als het fascisme zou terugkeren in de gedaante die het had, zoals velen denken wanneer ze 'nooit meer' scanderen, lijkt me te berusten op een misverstand. Dat is een beetje hetzelfde als al die moeders die tijdens de Koude Oorlog voor de zekerheid maar suiker en stukken zeep hamsterden 'voor als het weer oorlog wordt'. Maar de oorlog die er dreigde zou in niets lijken op de oorlog die ze kenden. Met suiker en zeep kom je in een nucleaire oorlog niet zo heel ver.

    Maar dat we terugkeren naar een orde waar mensen het door de heersende ideologie gedefinieerde mensbeeld klakkeloos als het enige accepteren, en inderdaad zo ver komen om de mensen die er niet aan voldoen buiten te sluiten of erger — het vertoont een duidelijke verwantschap met wat er ten tijde van de fascisten en nationaal-socialisten gebeurde. We hebben geen rassentheorie nodig om bokken en schapen op basis van louter hun rentabiliteit van elkaar te scheiden — al blijkt uit de discriminatie van 'allochtonen' op onder andere de arbeidsmarkt van zowat alle westerse landen dat  hier blijkbaar makkelijk twee vliegen in één klap zijn te slaan.Toch, als argument in het betoog dat ik in mijn kerstessay houd, zou het een zwaktebod zijn. Mijn punt daar is immers dat juist het praten over ideologie met een verwijzing naar de ontsporingen ervan taboe is verklaard door hen die menen dat we vandaag de ideologie voorbij zijn. En sowieso is dat verwijzen naar de tijd dat de treinen nog op tijd reden de dood in de pot voor elke meer open discussie over ons wel en wee.

  • Pin it!

    Format

    screenshot_17.jpg

    Vandaag verscheen het tweede deel. Bij de commentaren op de pagina van De Standaard zijn er al een paar van die voorspelbare: N-VA-aanhangers die alleen maar zien dat ik de karikatuur opvoer die Peumans ooit zelf van zichzelf maakte, en daar van allerlei aan verbinden waar ik het niet over heb. En mensen die precies doen wat het stuk zegt: me herleiden tot enkel 'het schrijvertje'. Dat was te verwachten. Het zou ook niet goed zijn als de reacties unisono waren.

    Wat me brengt op de in zekere zin geestige onderhandelingen met de eindredacteur. Uiteraard  was mij op voorhand het aantal woorden en tekens opgegeven dat ik per aflevering mocht gebruiken. De aflevering van morgen bleek, ondanks het feit dat ik mij keurig aan die opgave had gehouden, dan toch 1500 tekens te lang. De betreffende eindredacteur bracht het met de nodige schroom. Dat het ironisch was, zei hij ongeveer, maar ja… het format.

    Het brengt me weer op datgene wat telkens moeilijk blijkt om helder uit te leggen: hoe bijvoorbeeld de huidige positie van de literaire auteur door mij niet alleen wordt geschetst vanuit een houding van iemand die zich zijn lot beklaagt, maar ook om de reële omstandigheden waarin een schrijver zich op dit moment bevindt nog eens scherp te formuleren. Als mijn analyse van de positie van de literaire schrijver klopt, dan heeft het voor een schrijver die wél wil wegen op het openbare debat geen zin om zich telkens terug te trekken op wat dan zijn apenrots genoemd moet worden. Precies dat is wat ik zou doen volgens de commentaarstemmen die mij met veel dédain 'het schrijvertje' noemen. Maar het gaat me er juist om dat nog eens bepleiten dat een literair auteur recht heeft op onbegrensde vrije meningsuiting, maakt dat die literaire auteur alleen maar nog meer een louter clowneske verschijning wordt. Schrijvers moeten hun eigen positie trachten te begrijpen en van daaruit de weg terugvinden naar de publieke ruimte. Het betekent niet dat ze zich bij het schrijven moeten laten leiden door wat 'de' samenleving eist, maar dat zij moeten eisen dat die samenleving het eenmaal geschrevene leest als iets wat wel degelijk over die samenleving gaat. 

    Het maakt bijvoorbeeld dat ik hier niet ga jeremiëren over het feit dat er dan uiteindelijk toch nog wat tekst uit mijn oorspronkelijke essay gesneden moet worden omdat het format van 'het kerstessay' dat nu eenmaal eist. Als schrijver ben ik natuurlijk geneigd om te zeggen: maar die illustratie van Ruben kan toch ook wel een keertje wat kleiner? Maar ik begrijp tegelijkertijd wel dat men die illustraties (die op elkaar voortborduren, zo lijkt het na vandaag) elke dag op exact dezelfde wijze wil presenteren om zo aan het essay zelf een zekere herkenbaarheid te geven. Voor de lezer. Het zijn de eisen van het medium, en op zich is daar niks mis mee. Het is allemaal een kwestie van grenzen — en aangezien het hier niet om een stukje van zeven-, achthonderd woorden gaat, maar om een stuk in vier delen van meer dan 6000 woorden, zou je kunnen zeggen dat we over 1500 tekens geen 'principiële' discussie moeten gaan voeren — 1500 tekens hè! geen 1500 woorden. Er wordt met die coupure wat mij betreft geen grens overschreden, ook al blijft het ironisch dat een stuk dat zich onder meer tegen het format-denken richt, zelf aan een format moet voldoen.

    Morgen over onderwijs en democratie. Nee, dat wordt alwéér niet lollig. 'Kiezen zonder keuze' heet het. Ik zou bijna zeggen: nou, dan weet u het wel…  

  • Pin it!

    Crisis? What crisis?

    Gisteren na een hele dag op de weg — een retourtje Nederland om mijn oude moeder op te halen voor een weekje Gent, een rit waarbij ik me altijd weer realiseer dat als ik dezelfde afstand in zuidelijke richting was gereden, ik in de buurt van Dijon was geweest — gisterenavond nog in conclaaf met de eindredacteur. Er moest een teasertje op de voorpagina van De Standaard vandaag — wat gingen we daarmee doen? Goh, zei ik, zijn oorspronkelijke voorstel overwegend, eigenlijk is dat 'Ik ben een mens godverdomme' dat aan het slot van het eerste stuk staat, en dat ook de titel is van het eerste deel, wel een krachtige binnenkomer. Het refereert aan de scène uit Network, een film van Sydney Lumet uit 1976, met Peter Finch, William Holden en Fay Dunaway in de hoofdrollen. Het gaat om deze scene: 

    Toch even schrikken als je dan vanochtend je krant uit de brievenbus haalt en onderstaande voorpagina ziet. Dit lijkt geen 'teasertje' meer, maar een affront. Maar enfin, we gaan niet terugkrabbelen natuurlijk. Laten we zeggen dat mijn moeder zich meteen zorgen maakte. Zouden katholieke knokploegen hier niet de ruiten komen ingooien? Zoonlief vloekt op de voorpagina van een krant. Je zag haar denken: die puberteit is blijkbaar nóg niet voorbij…

    screenshot_12.jpg

    Maar wie naar het essay bladert, ziet naast de tekst een uitspraak van Herman Van Rompuy die — bedoeld of onbedoeld — de in deze eerste aflevering geventileerde woede nog eens motiveert. "Mentaal afstand nemen van de eurocrisis vergt van mij geen enkele inspanning. Ik laat mijn gedachten uit zoals mijn hond". Een uitspraak die Van Rompuy blijkbaar in de Volkskrant deed. Ik ken de context van die uitspraak niet precies. Er wordt hier ook geen context gegeven. Maar dat een van de spilfiguren van Europa de door Europa met nietsontziende neoliberale logica aan de bevolking opgelegde asociale besparingsmaatregelen niet aan zijn hart laat komen is toch wel een gotspe. Nee, Herman, wij zullen ons wel zorgen maken. Laat gij uw hond maar uit. Crisis? What crisis?

    Morgen 'Dode zielen' — of waar de verdwijning van de literatuur in onze samenleving werkelijk voor staat.

    screenshot_10.jpg

     

  • Pin it!

    Dwaaltaal

    De aankondiging van het kerstessay gisteren in De Standaard (vandaag staat er exact dezelfde aankondiging in) leidde op Facebook tot een discussie over andere zaken dan waar het citaat over ging. Hoewel ook daar commentaar op kwam. Iemand (Marc Ernst) merkte bijvoorbeeld op dat degenen die de afgelopen jaren het kerstessay voor De Standaard hebben geschreven bijna allemaal uit een politiek linkse hoek komen. Misschien. Geert Buelens, Paul Goossens, Manu Claeys — zeker. Maar Bas Heyne is zo links niet, lijkt me toch. Tom Naegels, ja. Maar Rik Torfs? Hoe dan ook, Ernst las graag in zo'n kerstessay opvattingen waarmee hij het niet eens was. Ik vrees dat ik hem ga teleurstellen.

    Maar toch wel met de aantekening dat mijn linksigheid een eerder historisch karakter heeft. Links en rechts lijken in de hedendaagse politiek niet meer te bestaan. Als ik bijvoorbeeld na het lezen van Tony Judts Het land is moe nog maar eens tot de slotsom kom dat ik altijd in hart en nieren een sociaaldemocraat ben geweest — géén marxist, communist of iets dergelijks — dan hoort daar onmiddellijk bij dat wat zich vandaag de dag voor sociaaldemocratisch uitgeeft nog maar weinig te maken heeft met wat ik daar onder versta en ook met wat de sociaaldemocratie oorspronkelijk was. Blair, Schröder, ook Kok met zijn Poldermodel — ze hebben het sociaaldemocratische gedachtegoed te grabbel gegooid en zijn samen met het oorspronkelijk liberale denken opgegaan in het neoliberalisme. Dat neoliberalisme heeft overigens ook dat wat de liberalen oorspronkelijk voorstonden van zijn ankers geslagen.

    Dus ja, mijn kerstessay zal ongetwijfeld gelezen worden als het verhaal van iemand die politiek links is. Maar voor mij gaat het eerder om iets wat aan het politieke voorafgaat. Maar dat is voor volgende week.

    Waar het me hier nu even om gaat, is dat ik blijkbaar in de Nederlandse taal steeds meer op drift raak. Eerst reageerde Erik De Smedt op het Standaard-citaat met de opmerking dat het gebruik van 'kolere' een nieuwe druk van het woordenboek nodig maakte. Dat leek me niet. Het staat gewoon in Van Dale. Ik snap wel dat men hier in Vlaanderen misschien eerder voor de spelling 'koleire' kiest, of zelfs voor het Franse 'colère', maar dat maakte mijn spelwijze niet fout. Dacht ik. "In de kolere verraadt zich de Hollander in mij", stelde ik.

     

    screenshot_07.jpg

    Tot de ongekroonde koning van het correcte taalgebruik Herman Jacobs (ik zeg dat zonder ironie; wie met taalvragen zit, kan bij hem terecht) — tot Herman opmerkte dat zich in de wijze waarop ik het woord hier gebruikte eerder de Vlaming in de Hollander was opgestaan. 'Kolere', aldus gespeld, verwijst in het Nederlands meestal naar de uitdrukking: 'Krijg de kolere', of zelfs 'krijg de klere'. Het is een verbastering van 'cholera'. Weliswaar omschrijft Van Dale 'kolere' als 'woede, toorn' en geeft het daar als variant 'koleire' (bij 'koleire' wordt alleen naar 'kolere' verwezen). Bij 'colère' vermeldt Van Dale dat het Belgisch-Nederlands is, maar alleen daar vind je de uitdrukking die ik in mijn essay gebruik en die in de aankondiging staat: "in een Franse colère schieten". In dat schieten schemert de Vlaming door die zich inmiddels in ook mijn schrijftaal manifesteert, al houdt de Nederlander moedig stand door niet voor 'colère' of 'koleire', maar voor het oer-Hollandse 'kolere' te kiezen. Ik schrijf zo langzamerhand mijn hoogsteigen tussentaal (over mijn spreken zwijg ik…). 

    Ik liep daar ook al tegenaan toen ik op de uitgeverij de laatste drukproef van Menens overliep met de redactrice. Toen huldigde ik het standpunt dat als wat ik schreef niet per se fout was, er geen werkelijk probleem was. Het lijkt me niet meer dan logisch dat mijn verblijf in Vlaanderen van invloed is op mijn taalgebruik, dat mijn taal verandert. Dus heb ik ook geen bezwaar tegen het schieten, maar dan moet het wel correct in een 'colère' zijn toch. Zoals je hier ook "een frietje steekt' als je een patatje eet. "Een patatje steken" zal hier na enig nadenken misschien begrepen worden als mogelijkerwijs het poten van aardappels, danwel het rooien ervan.

    Soms voel ik me als K. Schippers' vis, de haring die van Noordwijk naar Hamburg zwemt en daarna kuit schiet bij Dover: Haring, Hering, Herrings. Zo schiet ik dan, zonder het zelf goed te beseffen, in een cholera.

        

  • Pin it!

    Aankondiging

    screenshot_06.jpg