• Pin it!

    Tournee


    15022009(003)


    Het heeft iets van 'het blauwe uur', zo'n tournee langs diverse theaters in Nederland en Vlaanderen — alsof het hele gebeuren zich nog het beste laat samenvatten in de uren die je met z'n allen in de coulissen zit, meestal in blauw licht, luisterend naar wat je van je collega's de dag daarvoor al hoorde, en de dag daarvoor; luisterend naar 'de' zaal ook. Merkwaardig fenomeen: 'de' zaal. 'De' zaal kan goed zijn of minder goed, stug of juist heel gul, droog of zelfs kritisch en ook vijandig, al heb ik dat laatste de afgelopen weken niet meegemaakt. 'De' zaal is een gevoel, want door de belichting is ze niet te zien. En blijkbaar is het een gevoel dat je met z'n allen deelt. Iemand die af gaat en mompelt dat ze 'lastig' is, de zaal, stroef, of erg afwachtend, formuleert daarmee precies wat de anderen vervolgens ook zullen ervaren.

    De reacties van 'de' zaal hangen ook samen met de streek waar je bent. Enschede bijvoorbeeld. Dat was, zo zei men, in het verleden altijd een warm bad, maar mij leek die zaal nu meer overeen te komen met wat ik van de Twentenaren al vanaf mijn geboorte ken: enige noordelijke reserve, met als ultiem compliment dat het slechter had gekund. Wel een staande ovatie, net als in Kerkrade, Utrecht, zelfs Rotterdam en eigenlijk in alle Nederlandse theaters. In Vlaanderen blijft men zitten, zonder overigens de indruk te wekken minder enthousiast te zijn. De samenstelling van het publiek is in beide landen ook geheel anders. Anton Korteweg kijkt voor de voorstelling wel eens even om het hoekje de zaal in, om vervolgens te melden dat 'het menopauzerend volksdeel' weer in groten getale is komen opdagen — en wie even niet meer weet waar hij die avond is, weet op dat moment in ieder geval dat hij in een Nederlands theater staat. In Vlaanderen is het publiek qua leeftijd veel beter gespreid, en vergelijkenderwijs moet je zelfs zeggen dat er hier veel jongeren zitten.

    In Gent heb ik me nog maar weer eens verbaasd over de macht van de televisie, de vanzelfsprekendheid waarmee die mensen erop rekenen dat je je tegenover hen inschikkelijk betoont (het programma van die avond werd een dag later uitgezonden op Canvas+). Of alle auteurs even het stukje dat ze voorlazen wilden doormailen aan de VRT, want er kon natuurlijk geen sprake van zijn dat ze de boeken waaruit werd gelezen in huis hadden of zouden halen; met de reeds doorgemailde paginanummers konden ze dus niets beginnen. De beperkte ruimte in de coulissen werd nog beperkter door de daar brutaal manoeuvrerende camera's, die ook shots van achter het podium wilden hebben. Wat ik tussendoor op de in de coulissen opgestelde monitor zag, beloofde wel veel moois overigens. Maar het karakter van de avond zelf, het theatergebeuren zoals ik dat tot op dat moment (en al heel snel) gewend was, veranderde door de aanwezigheid van die altijd wat bazige televisiemensen wel behoorlijk.

    Voor Behoud de Begeerte staat gedurende zo'n tournee — behalve, uiteraard, het totaal van de voorstelling — toch echt de auteur centraal. We worden streng-met-een-knipoog in het gareel gehouden, en voor het overige in de watten gelegd. 'Eten is de ruggengraat van Saint Amour', zei Luc Coorevits ongeveer in De Standaard en een feit is dat er zowel in Nederland als in Vlaanderen een kok meereist die iedere avond een driegangenmaaltijd voorziet. Zo eet men in Arnhem een carpaccio van kalf met een tonijnsaus, veldsla en appelkappertjes vooraf; waarna een kabeljauw met capuccino van cocos, Granny Smith en sugar snaps volgt; dat alles afgesloten met chocolademousse met een kroketje van banaan en advocaat en het geheel omspoeld met voortreffelijke rode en witte wijnen. De dag voordien nuttigt men in Tilburg geplette charlotteardappel opgewerkt met olijfolie, grijze garnalen, zure room en gefrituurde basilicum; parelhoen gevuld met zwarte pens en een pot au feu van groenten en natuurjus; waarna: riz condée met compote van perziken. De luchtige crème brulée met rode vruchten uit Utrecht staat me ook nog scherp voor de geest. En het voorgerecht in Gent — hoe heette dat ook alweer?

    Uit mijn dagen als redacteur van het literatuurfestival Herfstschrift herinner ik me nog het voornemen auteurs toch maar liever niet voor de voorstelling mee te nemen naar een restaurant. Dat was na een avondje met Cees Nooteboom, Harry Mulisch en Joop van Tijn, geloof ik, waarbij de heren zowat in slaap vielen en mummelend nogal geborneerde cognac- en sigaarconversatie verkochten voor een volle zaal. Maar bij Saint Amour is het natuurlijk heel goed te doen, omdat de prestatie binnen tien minuten geleverd dient te worden — waarna men zich weer terugtrekt in het blauwe licht achter het toneel.

    l_6de06976653e429e8172802950cd74f4
    Liesa Van der Aa


    Hoezeer zo'n hele tournee ook een aanslag is op je werkritme, hoezeer ik ook na pas twee voorstellingen (in Enschede en Utrecht) het gevoel had al weken 'van huis' te zijn (na Kerkrade leken dat ineens maanden), hoe verschrikkelijk het ook is om rond twaalf uur 's nachts uit Leeuwarden te vertrekken in een bus met stoeltjes die, schat ik, gemaakt zijn voor de gemiddelde Belg rond 1960 en daardoor ongeschikt voor lieden met mijn postuur, zodat men rond vier uur gebroken aankomt in Antwerpen (waarna ik nog in mijn daar geparkeerde auto naar Gent moest rijden) — ik kijk uit naar de (voor mij) nog komende drie optredens, naar de, hoop ik, nog eens ruim duizend man publiek, naar nog eens de optredens van Liesa Van der Aa (een revelatie) en van het Huelgas Ensemble onder leiding van Paul van Nevel, een man die zich altijd het eerst kenbaar maakt door een enorme sigaar (men fluistert: van wel achttien euro 't stuk), waar de rest van zijn lichaam haastig achteraan lijkt te lopen. Gouden keeltjes, dat uit Engelsen, Fransen, Oostenrijkers samengestelde ensemble. Een zangeres vertrouwde mij na een optreden in Dilbeek stralend toe dat ze 'endlich mal' alle noten had weten te halen. Hoe of dat anders dan ging? Dan mis ik er wel eens wat, zei ze, 'aber das hört ja keiner'.

    saintes
    Huelgas Ensemble

  • Pin it!

    Na & voor het spektakel


    Vorige week woensdag was in Passa Porta het debat over 'de zin en onzin van Vlaamse poëzie', naar aanleiding van de bloemlezing van Van Bastelaere, Jans en Peeters. Na alle onnodige commotie en, voor specifiek de yang-redactie ook nog eens een vervelende aanvaring met Knack-journalist Hoorne en zijn baas Karl Van den Broeck (tegen hardnekkig liegen door hen die binnen het medialandschap een zekere macht bezitten, is niets te beginnen), was de avond zelf haast weldadig theoretisch van aard. Moderator Dirk De Geest had er duidelijk voor gekozen het geblaat rond de bloemlezing terzijde te laten en concentreerde zich op de gebruikte en niet altijd even consequente criteria, op wat Vlaamse poëzie dan precies onderscheidt van andere poëzie, op het onderscheid tussen Vlaamse en Nederlandse poëzie, en had voorts aan de deelnemers gevraagd om uit de bloemlezing ieder een gedicht te kiezen dat ze de moeite waard vonden.

    Philip Hoorne had op het laatste moment — misschien nadat hij de door De Geest voorbereide vragen had gezien — afgezegd; ik vermoed ook dat hij in een debat als dit alleen wat had kunnen stamelen. Ook Barnard, wiens scheldkannonades altijd eloquent zijn, schitterde door afwezigheid. Naar buiten toe versterkt dat nog maar eens de indruk van kwaadwilligheid: als het écht over de kwestie gaat, daagt men niet op. Ook ander voetvolk van het verongelijkte deel van de dichtende natie was niet aanwezig. Misschien zat dat zich op te winden over de verkiezing van de dichter des vaderlands, een ander bijzonder verheffend gebeuren in Gedichtenland. (Als men het geharrewar over werkelijk de meest futiele zaken in aanmerking neemt, is het te begrijpen dat poëzie door het grootste deel van de bevolking wordt genegeerd: dichters blijven, nog meer dan prozaïsten (onder wie er toch ook enkelen zijn die zich niet onbetuigd laten), last hebben van het idee dat ze de wetgevers van de wereld zijn, en schijnen niet door te hebben hoe potsierlijk zoiets is).

    Het maakte in ieder geval dat in Brussel alleen Van Bastelaere en Brems Dirk De Geest op het podium vervoegden — op zich, met het oog op de geschiedenis, een pikant duo. Ooit (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) verscheen er in yang een gepeperd 'dossier Brems', waarin onder meer een interview door Van Bastelaere en Spinoy met de hoogleraar. De beide jonge dichters zaten zich er, volgens de regels van de kunst, uitgebreid breed te maken tegenover een gezagsdrager met een, in hun ogen, natuurlijk geheel foute smaak. Een klassieke setting. Mocht er tussen beiden — VB en B — nog animositeit hebben bestaan (wat ik niet geloof), dan was er deze avond in ieder geval niets van te merken. Dat gaf dan Els Moors na afloop weer in dat het wat haar betreft slaapverwekkend was geweest. Een beetje bloed aan de muur had wel gemogen, vond ze. Ik was blij dat we daarvan gespaard waren gebleven. Het soort opwinding waar zij blijkbaar naar zoekt, vind ik nogal vermoeiend, ook al omdat de ervaring leert dat in dergelijke gevallen de meeste energie gestoken wordt in de poging de tegenstellingen zo te arrangeren (of ze nu daadwerkelijk bestaan of niet) dat 'het' publiek denkt dat er nog iets anders aan de hand is dan — in dit geval — de publicatie van een bloemlezing.

    pic_090


    Aan circus overigens binnenkort geen gebrek: ik sta kort voor een heuse tournee in het kader van Saint Amour. Als ik het programma overzie, dan lijkt me dat ik menigmaal in het holst van de nacht thuis zal komen, met moeite een paar uur kan slapen, om daarna weer richting Antwerpen te rijden om er in een bus te stappen, op weg naar Leeuwarden of Utrecht of Enschede, Kerkrade, Dilbeek of Arnhem. Dat gaat een zware wissel trekken op het gezinsleven — maar ik zie er natuurlijk in het geheel niet tegenop. Ik zie het nog steeds als de voortzetting van festiviteiten die vorig jaar april zijn begonnen en waarvan ik nu nog eens met volle teugen ga genieten.

    Het verlangen naar stilte is inmiddels weliswaar groot — zeker nu ik niet langer in de redactie zal zitten van nY. Ik merk nu pas, nu ik de maildiscussies die zich natuurlijk onverminderd tussen de redactieleden afspelen niet meer op de voet hoef te volgen, hoeveel ruimte yang altijd in mijn hoofd innam. Dat hoort ook zo als je redacteur bent. Het kwam niet zelden voor dat ik een uur of twee per dag bezig was om deel te nemen aan een op mail ontstane discussie en daarvoor ander werk terzijde schoof. Nu mijn werkzaamheden zich tot de praktische zaken beperken, scheelt dat enorm in tijd.

    kees t hart de keizer en de astroloogTussendoor lukte het om eindelijk Kees 't Harts De keizer en de astroloog uit te lezen. Een vintage Kees 't Hart, als je het mij vraagt, en meer nog dan anders een soort mentale biografie van de schrijver. Het verkondigt, tussen al het psychiatrisch (en astrologisch) jargon door, de onwil tot en onwenselijkheid van genezing. Via Keizer Wilhelm II in Doorn gaat dit boek vooral (eigenlijk; het staat nergens letterlijk) over de jonge arts Simon Vestdijk die op het eind voor de literatuur kiest. En via Vestdijk gaat het over het schrijverschap van Kees 't Hart zelf, voor wie bijvoorbeeld Vestdijks De redding van Fré Bolderhey (1948) een soort oerboek is (men vindt daarvan al de sporen in zijn De neus van Pinokkio (1990)). Het boek komt in feite uiteindelijk uit op wat Slavoj Žižek — uiteraard zwaar leunend op Lacan — 'Enjoy your symptom' noemde. Men leeft zijn ziekte, zoals men continu leeft met het verlangen naar genezing van die ziekte. Maar zonder zijn ziekte is men niets. Catharsis betekent in Kees 't Harts werk altijd verdieping van de tragedie die men zelf is. En zo is het volgens mij in alle literatuur die ertoe doet.

    Of het bij Gerhard Rühm ook zo is, staat nog te bezien. Ik kreeg afgelopen woensdag van Erik de Smedt, met wie ik en Koen van Baelen voorafgaand aan de Beschrijf-avond iets aten, een door hem vertaalde keuze uit diens gedichten en korte toneelstukken, zeer fraai uitgegeven door Zegwerk. Het gaat hier natuurlijk veel minder om de met het schrijverschap verbonden klassieke romantische noties, zag ik al; dit is conceptueel, in de Nederlandse poëzie verwant met die andere Gerard, Gerard Stigter (K. Schippers). Ik ben benieuwd hoe dat valt.

    rühm