10-11-06
Echte lezers
Later dan gepland: nog even terugkomen op Margot Vanderstraeten, op ‘een mooie analyse (…) van wat ik het mea culpa van de lezer zou willen noemen,’ zoals ik het elders op een weblog las, waar het stuk ook integraal werd opgenomen. Een wat raadselachtige omschrijving, want er staat in Vanderstraetens stuk nergens dat de lezer schuldig zou zijn aan iets. Misschien bedoelde de auteur iets anders?
Vanderstraeten stelt naar aanleiding van de in De Standaard gepubliceerde ‘power top 10’ van boekenbonzen in letterland dat ze niet begrijpt waarom die top voorbijgaat ‘aan die ene persoon die waarlijk macht uitoefent op de boekenkast. De lezer (m/v).’ Ik vraag me bij dit soort redeneringen altijd weer af op welke planeet zo’n iemand eigenlijk leeft. Ik kan alleen bedenken dat Margot Vanderstraeten, prachtig gelanceerd met de debuutprijs voor haar eerste boek en dus waarschijnlijk levend met het idee dat wie schrijft automatisch het soort aandacht krijgt dat zij van meet af aan gewend is, domweg geen weet heeft van door onder meer de in power top 10’s figurerende heren bepaalde hiërarchieën bij uitgevers.
En zou zij ooit een gemiddelde boekhandel bezoeken? Ik durf gerust te beweren dat ik een ‘echte lezer’ ben, zoals zij het noemt, die ‘houdt van het boek om wie het boek is’ (om wie? het boek is dus meteen een persoon, begrijp ik), maar als zodanig is elk bezoek aan een boekhandel nu al jaren steeds weer één grote frustratie: zelfs de zogenaamd grote boekhandels hebben zo goed als niks in huis; wie een boek zoekt dat ouder is dan drie maanden (maar geen bestseller of klassieker is), of wie gewoon eens zou willen grasduinen in een winkel in de hoop iets tegen te komen dat hij nog niet kent, komt van een koude kermis thuis. De Slegte, of zogenaamd tweedehands boekhandels als hier in Gent ‘De Kaft’ (waar verdacht veel gloednieuwe boeken al van bij hun verschijnen onder de prijs worden verkocht als betrof het ramsj), bieden een iets betere kans op wat twintig, dertig jaar geleden nog in iedere boekwinkel mogelijk was. Maar dit zogenaamde ‘secundaire circuit’ dat, zeggen sommige van mijn vrienden, aan boeken een tweede kans biedt en nieuwe lezers kan opleveren, is inmiddels door de perverse uitgeefstrategieën van machtige mannen zelf al zo overvoerd geraakt, dat je als auteur van een door een uitgever na twee luttele jaren afgedankt boek al blij mag zijn als bijvoorbeeld De Slegte een boek van je wil opkopen (nog even afgezien van het feit dat je bij verramsjing van je boek er ook geen cent meer aan verdient als auteur). De hoogst intertessante, maar niet verkopende boeken (ter nuancering: er zijn ook heus interessante wél verkopende boeken) worden met de dag onvindbaarder. En de literatuurbijlagen van de diverse kranten helpen ook al niet echt om die op het spoor te komen, want behalve dat ze het op het punt van serieuze literatuurkritiek meestal laten afweten, blijven ze ook op het punt van de informatievoorziening ondermaats.
Jaren geleden nam ik deel aan een klein congres in de schaduw van Poetry International in Rotterdam. Daar ging het over de positie van poëzie in de wereld, en ik herinner me de jaloerse kreten van Amerikanen, Canadezen en nog andere hoogkapitalistische naties toen bleek dat in Nederland en Vlaanderen nog steeds bundels worden uitgegeven door ‘gewone’ uitgeverijen. Niet eens zo heel weinig, als je weet waar je op de hoogte kunt blijven (alweer: niet in de boekhandel (zelfs het Poëziecentrum in Gent valt tegen, al valt dat vergeleken bij een boekhandel dan nog 100% mee), ook niet in de krant, maar bijvoorbeeld hier) — maar op hetzelfde moment vormden die landen literair gesproken het voorland van wat ons hier te wachten staat, niet alleen met betrekking tot poëzie, maar ook met betrekking tot het wat interessantere, literaire proza, en al helemaal als het gaat om literaire essayistiek.
Enfin, ik wil niet nog maar eens de gebruikelijke klaagzang aanheffen — niet nog meer dan ik nu toch al deed, bedoel ik. Waar het me om gaat is dat die ‘echte lezer’ van Vanderstraeten een romantische fictie is. Hij ontkomt niet aan zijn signatuur van consument, en wat hij, in de veronderstelling dwars te zijn, nog uit de krochten van de literatuur bijeen weet te sprokkelen, is wat hij nog mócht vinden.
Ik geloof dus niet dat het de lezer is die het Kerkhof der Vergeten Boeken bepaalt, zoals Vanderstraeten stelt. ‘De lezer beschikt (…) over de doeltreffendste wapens om zich te verzetten tegen doorzichtige marketingmechanismen die meer op cijfers en veiligheid dan op inhoud en risico's zijn afgestemd,’ schrijft ze. Daar geloof ik niets van. Het ‘ongelijk’ van de kritiek tegenover de markt is nu wel voldoende aangetoond, ook al geef ik daarom mijn literaire gelijk nog niet op. En dan: vóór het Kerkhof is er nog de Beschikbaarheid, de Aanwezigheid tout court van een boek, en die is, ook bij uitgaven in eigen beheer, niet langer gewaarborgd.
Enfin, het is een beetje hetzelfde als met De Geschiedenis: als niemand verantwoordelijkheid wil nemen voor wat zij is (dat wil zeggen: als niemand de discussie gaande houdt over wat zij zou moeten zijn), dan verdwijnt ze, en moeten er goed betaalde commissies dan maar een canon gaan vaststellen (met alle risico’s van dien). Verantwoordelijkheid voor wat literatuur is, is er bij de machtigen van de boekenwereld in ieder geval niet te vinden — al was het maar omdat ze weigeren om zelfs maar de voorwaarden te creëren waaronder anderen die verantwoordelijkheid zouden kunnen opnemen. Het blijft natuurlijk lastig om te accepteren: dat vrijheid van meningsuiting en vrije markt tezamen hét recept blijken te zijn voor een geniepig soort censuur.
01:37 Gepost door MR | Permalink | Commentaren (0) | Email dit
|
Facebook












Post een commentaar
NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog