27-09-06

Wat betekent het

zeefoto
Gisteren na de crematie van Jeroen Mettes stonden we bij Kijkduin nog even aan de zee — niet mijn idee, want qua zee ben ik als Van Ostaijens chimpansee, maar enkelen van ons wilden eens diep inademen. We aten er dan meteen maar het redactievoedsel bij uitstek: een pizza, in een etablissement dat me een persiflage op het restaurantwezen leek te zijn, met een ober die vroeger in het circus vast en zeker aangever in een clownsduo was, en met de grandioze goocheltruc met een aanvankelijk verkeerde, althans niet bestelde pizza, die na vijf minuten vrijwel onveranderd en iets minder warm terugkeerde, belegd met wat plakken rauwe ham als was het daardoor een totaal ander, en wel het bestelde gerecht geworden.

De plechtigheid daarvoor was sereen in die zin dat geen van de sprekers ook maar een moment trachtte om het over meer te hebben dan over dat deel van Jeroens persoonlijkheid dat ze van meer nabij hadden gekend. De blik op de volledige mens wordt ons ook niet vergund, en is misschien niet eens wenselijk. Ik denk bijvoorbeeld dat veel vriendschappen blijven bestaan omdat men bereid is af en toe zijn ogen te sluiten. De mantel der liefde. De mantel die men ook zovaak over delen van zichzelf drapeert — behalve in de kunst misschien. Ik denk aan de zelfportretten van Spilliaert, waarover recentelijk naar aanleiding van een tentoonstelling nog maar weer eens iets in de krant stond: het lijkt mij (overigens zonder iets van ’s mans leven, te weten) dat je jezelf zo schildert, maar het lijkt me niet dat je met dat beeld van jezelf je buiten je atelier tussen de anderen beweegt. Met het monstre incomparable op de bodem van jezelf, zoals André Malraux dat ooit in één van zijn romans noemde, valt voor niemand te leven; het duikt slechts op waar we proberen onszelf volledig te zien, of waar we onszelf, en dan meestal ondanks onszelf, plotseling zo te zien krijgen.

LeonSpilliaertZelfportretInSpiegelCOok daarover ging het gisteren nog even in dat restaurant. Ik formuleerde nog eens mijn grote reserve bij het al te extreme, bij datgene wat ik tezelfdertijd noodzakelijk acht, mijzelf opleg te denken (of liever: méé te denken met diegenen die het formuleren — zoals dat zelfportret van Spilliaert me dwingt iets te zien, niet alleen van hem, maar ook van mijzelf, en bij uitbreiding: van ‘de’ mens (Toont hij mij de zijne, toon ik hem / De mijne: een als een reptiel / In de kas verschrikte gestalte, schreef Van Bastelaere ooit)). Ik formuleerde die reserve misschien wat te strikt als een eis tot intellectuele eerlijkheid: dat men zijn theorieën altijd moet doordenken tot in hun praktische consequenties, en dat wie daar aangekomen dan niet bereid is om die praktische consequenties voor zijn rekening te nemen, de eerlijkheid zou moeten hebben om die reserve’s in zijn theorie te verdisconteren. Als een kritiek op het extremisme van sommige theorieën kan dit niet gelden, natuurlijk; het veronderstelt immers die theorieën. Dat men met zijn eigen monstre incomparable niet leven kan, weet men alleen wanneer men er al een glimp van heeft opgevangen, of misschien juist wel: net iets meer dan enkel een glimp. Met de verzoetende, vooruit: slap religieus-humanistische of anderszins sussende filosofieën heb ik niets op; het is maar dat ik er daardoor zo naar verlang.

Op dit punt zou ik zeker nog in conflict gekomen zijn met Jeroen Mettes

Maar bij het afscheid gisteren was ik desalniettemin heel blij dat er niemand in die zin sussende woorden sprak en het onoverkomelijke in al zijn rauwheid bleef bestaan. Dat is in zekere zin de troost van de literatuur, de troost van kunst überhaupt — of kan dat zijn: dat het de dingen niet toedekt, maar juist toont, ‘opener dan de wond’, zoals Hans Tentije schreef. Misschien omdat alleen dan het verlangen naar datgene wat ons nooit vergund is, zich in zijn meest oorspronkelijke gedaante toont: dat we veilig zijn. Dat zijn we niet. Nooit. We dansen boven het wak dat de wereld is. En we blijven het ontoelaatbaar vinden als iemand daarin verdwijnt.

Nu eerst terug naar de literatuur. Er moet dringend een tijdschriftnummer verschijnen — met daarin een tekst van Jeroen Mettes. Die opent als volgt:

Wat betekent het om ‘tot het uiterste’ te gaan?

12:26 Gepost door MR | Permalink | Commentaren (10) | Email dit |  Facebook

Commentaren

'Tot het uiterste gaan' ja, maar. Bij leven, schuilen niet in elk uiterste de kiemen van intolerantie? Mijn coma-ervaring, doodsbeleving (zie Lopend licht opgenomen in mijn verzamelbundel Gedichten, uitgeverij Atlas) deed me een soort -ik kan het niet anders benoemen -'exotismeloosheid' (waar ik nu niet verder over wil uitweiden) gewaarworden. Terwijl in de werkelijkheid hier het andere altijd een 'in te nemen exotisme' blijft (vanwege onze membranen in de letterlijke en figuurlijke betekenis); van nature zijn we gezind de 'ander' te 'veroveren'. Zo gezien is veel hedendaagse poëzie, hoe maatschappelijk betrokken ze zich ook
op de borst klopt, bij nader aanschouwen niet zelden onverdraagzaam van aard. Omdat ze ofwel blijft trappelen in haar eigen grootzerige melancholie, ofwel eigenlijk in wezen aanvallerig (want niet te lezen als een onstuimige aanademing, (b)ruising van menselijke aanwezigheid) het andere ontmantelt... Misschien is taal voluit stromend zonder schaamte, met lef, beweeglijk, zinderend op leven en dood, open oplossend, zo 'exotismeloos' mogelijk, in 'bloedrood verschuivende lichttrillingen' (het ochtendrood, de zuurstofovergang tussen nacht en dag, lijkt me sleutels te bevatten -hier ga ik even kort door de bocht) vandaag de dag meer geëngageerd dan men denkt. En in de poëzie heden, waar is het 'plezier' gebleven? Het lijkt me niet onverstandig het 'hedonisme' in deze digitale tijden te herijken. In plaats van eigenlijk bezig te blijven met de 'romantische' kant van de lyrische zaak. Nog dit: het gros van de hedendaagse dichters streeft helaas nog altijd -hoezeer de jongetjes het ook bestrijden- een bewonderde plek op een sokkel na; hun beweegreden is helaas te weinig onnoemelijk dwingend. In plaats van levendig, gelittekend door vallen en opstaan, letterlijk getuige te zijn van het het aanrollend noodlot van de voortvluchtige einder dat ons aanrolt. Te schrijven, gelittekend te verlangen, desondanks. Met alle zintuigen open tegen de doodswind in lopen naar de toekomst met in zijn rugzak de handleiding van het verleden. Zonder zich te bekommeren om een plaats in het literaire firmament of welk gesternte dan ook. Schrijven van mens tot mens. Lenig, weerbaar en geduldig. Zoals mijn vriendin, die dag in dag uit met zwaar mentaal mindervalide kinderen werkt, elk uur opnieuw creatief in de echte betekenis van het woord dient te zijn, en daarvoor geen paginagrote schouderkloppen of erebekers vol roem krijgt, maar alleen heel uitzonderlijk een natte, vluchtige klapzoen van een mongooltje die even buiten zinnen is... van het uiterste gesproken. Op hoop van zonnezegen. Mark van Tongele

Gepost door: Mark van Tongele | 27-09-06

Reageren op dit commentaar

ja, maar het lijden van de geest wordt onderschat
met respect en groet,
herlinda vekemans

Gepost door: herlinda vekemans | 27-09-06

Reageren op dit commentaar

Mjn vorige reactie doet niet ter zake; is een onnodige bedenking bij het geduldige in MvT's reactie; dacht aan wat JM schreef over poëzie waarin iets op ontploffen staat en aan uitersten ivm menselijk lijden; maar laat mijn gedachte niet van de zaak afleiden; JM's essay zal zeker gelezen worden.

Gepost door: herlinda | 28-09-06

Reageren op dit commentaar

menselijk lijden Herlinda, ik denk niet dat ik het menselijk lijden onderschat! Integendeel, ik schreef drie medisch verantwoorde, maar in een 'ruimer' verband geplaatste 'gezondheidsboeken', alle gepubliceerd bij Lannoo: 'De gedroomde slaap' (over het fenomeen slaap), 'De pijn voorbij' (over alle soorten pijn en pijnbestrijding) en 'Helpen bij depressie', onderwerpen die onze existentie betreffen, en daarom onmogelijk enkel vanuit medische hoek kunnen worden benaderd, iets waarvan die publicaties getuigen, hoop ik. Je vindt ze in elke bibliotheek. Mark van Tongele

Gepost door: Mark van Tongele | 28-09-06

Reageren op dit commentaar

Dank je wel Mark. Sja, wat bezielde me om zo abrupt te reageren op je posting: een irrelevant gevoel van ‘allemaal goed en wel, die wijsheid, maar we zijn JM nu wel kwijt hoor’, gevolgd door, wel ja, een toestand van niet-blijdschap. Je zal dat opstandige gevoel bij de dood van iemand wel kennen. Ding hier is, voor de mensen die JM echt gekend hebben, zijn we natuurlijk best voorzichtig in uitingen over de niet-blijdschap, want zij krijgen dan een terugslag van ‘allemaal goed en wel maar jullie hebben hem niet eens gekend’, gevolgd door zwaarder verdriet. Dus het is uitkijken aan alle kanten. Bovendien is JM niet gestorven door bv. een auto-ongeluk. En die omstandigheid brengt dan nog eens dingen mee. Als iemand de overledene minder begrijpend bejegent of over oude koeien begint te zeuren, krijg je een verdedigende reflex: laat hem met rust. Gaat iemand daarentegen een heroïsch toontje aanslaan ivm zelfdoding en dichters en zo, met woorden over keuze en wat weet ik niet allemaal, dan hou ik mijn handen op mijn oren en hoop ik dat hij snel weggaat. De avond dat ik je reactie las, zaten alle denkdingen daarover wat in de knoop, en dan krijg je zoiets weinig ter zake doends, een misbakken gedachtencondensaat. De volgende dag weet ik dan wel beter hoor. Weblogbeantwoorders zouden zelf ook een gom moeten hebben voor hun eigen reacties op webloggen die niet de hunne zijn.

Heb je overigens al gemerkt dat Marcs reactieweblogverantstaltung op zijn kop staat? Jouw reactie blijft daarmee het laatste woord krijgen; komt me nu wel van pas! (Ben nu weer weg anders ga ik piekeren, respectvolle groet, herlinda)

Gepost door: Herlinda | 28-09-06

Reageren op dit commentaar

Voor alle duidelijkheid: Marc Reugebrinks woorden over de crematie van Jeroen Mettes zijn in alle opzichten waardig en getuigen van een eerlijke inzichtelijkheid! Daar kan geen zinnig mens een bemerking op maken. Maar mijn reactie was er een op de laatste alinea 'terug naar de literatuur' (en niet toevallig denk ik heeft hij een witregel gelaten om de vraag 'wat betekent het om tot 'het uiterste' te gaan' (Mettes) te stellen, om het einde terug te openen... en daarover heb ik vluchtig enkele bedenkingen geformuleerd. Mark van Tongele

Gepost door: Mark van Tongele | 28-09-06

Reageren op dit commentaar

wijziging volgorde reacties Heb de volgorde van de reacties aangepast: oudste eerst, recenste het laatst. Dank om me er op attent te maken Herlinda. Zo leest het wellicht prettiger.

Gepost door: MR | 30-10-06

Reageren op dit commentaar

Bete Marc,
Ik ben John Schoorl, verslaggever van de Volkskrant. Ik ben bezig een verhaal te maken over Jeroen Mettes. Ik zou graag hierover met je willen praten.
Zou je me willen bellen?
gr
John Schoorl
Verslaggever de Volkskrant
06-50622709

Gepost door: john schoorl | 14-11-06

Reageren op dit commentaar

wat betekent GROS wat betekent GROS

Gepost door: seher | 17-01-07

Reageren op dit commentaar

wat betekend gros ik wil hééél graag weten wat een gros is wat ik heb het heel hard nodig voor een repetietie van de middelbare school.ik zit namenlijk nog maar net in de eerste klas van de middelbare school.dus als jullie mij het willen mailendoe dat dan!

Gepost door: pieter staal | 15-10-07

Reageren op dit commentaar

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog