• Pin it!

    Uil

    Vanmorgen een telefoontje van radio 1: of ik ze het stuk van Jeroen Theunissen over Verhaeghen electronisch kon bezorgen, want Verhaeghen was genomineerd voor De gouden uil, en het nummer van yang met dat stuk was nog niet binnengekomen. Ik heb dus maar Jeroens word-document toegezonden. Maar zo ontdekte ik dat de genomineerden inmiddels bekend waren gemaakt, en dat ik er zelf niet bij zat. Zoals verwacht.
    Verhaeghen had ik wel verwacht - en hoewel ik het echt geen denderend boek vind (mij grotendeels kan vinden in wat Theunissen daarover in het nieuwe yang-nummer schrijft), moet die nu juist maar winnen. Beter dan De Martelaere en dan Pfeijffer (dat vind ik écht een onbegrijpelijke nominatie, of liever: die kán ik alleen maar begrijpen vanuit het recyclageprincipe dat dergelijke jury's niet zelden domineert: grote naam, vette bek, ook al levert hij alleen schijtpoëzie en -proza af).
    Grunberg zit er ook bij; die jongen heeft een abonnement, en misschien doet zich hier HUMO gevoelen? Er zijn verongelijkte stemmen in het veld die zoiets steeds maar weer suggereren: dat HUMO prijzen uitdeelt aan HUMO-auteurs. Verder nog Frank Westerman. Beide heb ik niet gelezen, maar naar Grunberg ben ik altijd wel nieuwsgierig.
    Vanavond Ulrike Draesner in Passa Porta te Brussel. Dat lijkt me een leuke dame, al weet ik niet goed waarom. Misschien omdat ze een hondje heeft. Piet (Joostens) had het namens Het Beschrijf al een paar keer uitgelaten. Het blijkt dat Draesner 'Du kleines Monsterpark' tegen haar hondje zegt als het iets uitvreet wat het niet mag. Kijk, die is in de haak, zeg ik nu met mutsaersiaanse flair. Haar verhaal 'Hot dogs' (in de nieuwe yang) bewijst dat trouwens ook.

  • Pin it!

    zondag

    Wanneer zouden nostalgie en sentimentaliteit echt toeslaan? Hoewel het wat merkwaardig klinkt, maar ik ben er altijd tégen geweest: nostalgie. Zo houd ik ook al niet van troost. In beide gevallen waarschijnlijk omdat het een 'heelheid' veronderstelt waar ik eenvoudigweg niet in geloven kan: bij nostalgie de 'heelheid' van een verleden ('een gouden tijd' wellicht zelfs) waaruit je bij nadere beschouwing vooral jezelf (wie je was en nog steeds bent) hebt weggefilterd; en troost - nou ja, dat is evident. Eén sterfgeval in een religieuze familie, één keer een dominee of een priester over Gods Wil horen praten, is meer dan voldoende. Ik heb bij verschillende gelegenheden moeite moeten doen om rustig op mijn stoel te blijven zitten (zelf nu nog).
    Melancholie verdraag ik wel (dat heeft een open einde, zo het al een einde heeft), en van literatuur eis ik domweg dat zij 'opener dan de wond' is, zoals Hans Tentije het ooit fantastisch formuleerde in één van zijn gedichten. Maar tegelijkertijd, bijvoorbeeld recentelijk lezend in Tentije's laatste bundel ('Deze oogopslag'), en zijn poëzie haast al na een paar regels aan mijn borst drukkend, om het zo maar te zeggen - tegelijkertijd vraag ik me dan af of ik juist op dat moment niet wat al te nostalgisch ben. Ik bedoel: Tentije acht ik nog steeds hoog, maar zijn werkelijk grote poëzie staat voor mij in zijn eerste bundels. Ik moet me bij zo'n laatste dwingen om kritisch te blijven (wat natuurlijk nooit iets anders is dan het afmeten van wat er staat aan wat je eigenlijk wilt dat er staat (ik gun sommige dichters geen enkele ontwikkeling, omdat ze me in een bepaalde bundel zeer lief geworden zijn)). Als ik kritisch word is er heel wat af te dingen op 'Deze oogopslag'. Punt is: ik heb geen zin om kritisch te zijn; ik wil me in deze poëzie achterover laten zakken en me er behagelijk door laten induffelen - en de poëzie staat me dat ook toe (zijn vroegere werk deed dat niet).
    Enfin, om kort te gaan: ik krijg last van nostalgie, denk ik, en natuurlijk neem ik me dat zelf kwalijk, en voor zover ik in de gelegenheid ben zal ik dat schuldgevoel vervolgens wel projecteren op datgene wat mijn nostalgie veroorzaakt. Maar goed dat ik over Tentije's bundel geen kritiek heb geschreven, want wie weet zou ik hém míjn nostalgie zijn gaan verwijten. Er bestaan veel recensies van dat type, als je er op let.
    In het kader van de nostalgie: Hanna was dermate druk met lesvoorbereiding dat ze vroeg of ik wat langer voor Emma kon zorgen. Geen probleem. Ik was al voor de tv neergezegen om Equus te bekijken, een film uit 1977 naar een toneelstuk van Peter Schaffer, met Richard Burton en Peter Firth. Burton blijft een fantastische acteur, ook al stoort het vandaag de dag wellicht meer dan vroeger dat je, met name in deze film, zo duidelijk ziet dat hij in de eerste plaats een toneelacteur was; hier en daar is het echt over-acting. Ik moet de film in 1978 of daaromtrent gezien hebben; ik herinner me dat Remco (Ekkers) me die aanraadde.
    De kwestie van gekmakende passie en alles-dodende normaliteit. Ik had het toen op geen stukken na kunnen formuleren, maar de film beandelt het pad tussen Freud en Lacan. De psychiater die geacht wordt door de terugkeer naar het verleden van zijn patiënt de oorzaken voor de stoornis te achterhalen en zo ook als het ware te verwijderen, volgt Freud; maar Burton speelt een psychiater die, klem in zijn eigen leven, meer en meer beseft dat zijn genezingen mogelijk amputaties van de geest zijn geweest - en zeker in het geval van de jonge Alan. En zonder die woorden te gebruiken, vraagt hij zich af of en in hoeverre iemand zijn eigen neurose, zijn eigen stoornis IS. Men is, in zekere zin, zijn eigen lijden (en dat is Lacan), en verlossing daaruit betekent verlossing van datgene waarbij je bestaat.
    Die hele kwestie houdt de film boeiend, nog even afgezien van de gehanteerde taal. Het is zo goed als klassiek theater op het witte doek. De film voorziet niet echt in antwoorden. Even nog denk je: verdomme, Alan gaat dan toch genezen worden, maar dat Alans 'gekte' overgaat op de psychiater - niet als gekte, maar als een hem wurgend gewetensprobleem - redt de film van goedkoop moralisme (dat het anderzijds de moraal niet aan de wind prijs geeft, spreekt ook vanzelf: de film is niet moralistisch, maar in hoge mate ethisch).
    Deze hernieuwde kennismaking na - jezus, hoe lang? bijna 30 jaar! - deze hernieuwde kennismaking was zeer de moeite waard. En als het willen bekijken van deze film wellicht werd ingegeven door nostalgie, dan blijkt die in ieder geval goed voor het scherp stellen van een aantal zaken dat me al sinds die tijd bezig houdt. Op een zeker moment stel je namelijk ook vast dat nieuwe theorieën, nieuwe modes in de filosofie automatisch worden begrepen als andere verwoordingen van problemen en kwesties die je al kent. Of wil er nog iemand beweren dat er zoiets als vooruitgang bestaat in de filosofie?

  • Pin it!

    vrijdag 28 januari 2005

    Yang opgehaald bij Ryhove in het zo vorstelijk genoemde Koningsdal te Gent. Een mooi slank nummertje, dit keer (sommige abonnees klagen over de boekwerken die wij driemaandelijks laten verschijnen, en ja, soms loopt het door enthousiasme wel eens uit de hand - ook al zijn we dit jaar maar 35 pagina's boven de officieel geplande 640 gegaan).
    Bij het doorbladeren: horror.
    In een lang stuk van Bert Bultinck over de romans van Stefan Hertmans ontbreken de laatste drie woorden. 'Het is geen toeval dat Hertmans pas echt een gooi naar het statuut van groot schrijver kan doen, zoals in 'Naar Merelbeke', wanneer hij die verstikkende' - zo staat er nu. Daar moet nog achter: 'ambitie achterwege laat' - een zin die refereert aan de door Bultinck veronderstelde prestatiedwang die Hertmans in zijn laatste roman deed grijpen naar het internationale terrorisme en andere grote gebeurtenissen op het wereldtoneel als stof voor zijn verhaal.
    Ik heb natuurlijk meteen Katrien Daemers van Gestalte gebeld (de vormgevers), maar die had die drie laatste woorden keurig op haar scherm staan; er moet bij de drukker iets verkeerd zijn gegaan. Het valt nu niet meer te verhelpen (K. suggereerde nog errata, maar alle nummers liggen bij Ryhove, de adresstickers heb ik daar vanochtend bezorgd en wellicht dat ze al vanmiddag verpakt en verstuurd worden; wie gaat al die papiertjes er dan inschuiven?). In een volgend nummer corrigeren. Het is voor het eerst sinds lange tijd dat er weer zo'n blunder in staat (sinds de nieuwe vormgeving begin 2003 is het blad een stuk opgeknapt).
    Intussen kwam vanochtend de nieuwe vertaling van 'L'homme révolté' van Camus binnen. Ik kijk er naar uit dat weer eens te lezen. Ik ga er een stuk over maken voor de volgende yang, maar ik denk dat het me ook van pas kan komen bij het gesprek dat ik eind februari bij Perdu in Amsterdam heb: iets over het vrije woord in deze tijden van terrorisme. Een gesprek met Graa Boomsma onder leiding van Chris Keulemans, zo is me verteld.
    Graa zal waarschijnlijk de klassieke positie verdedigen: de absolute eis tot vrijheid van meningsuiting. In De Groene Amsterdammer schijnt hij een citaat van juist Camus gebruikt te hebben: 'Creëren is vandaag de dag een gevaarlijke bezigheid.' Ik zou eens willen prikkelen door te beginnen met de omgekeerde redenering: dat creëren vandaag de dag juist volstrekt ongevaarlijk is geworden (kunst als deel van de amusementsindustrie, literatuur als iets dat volstrekt terzijde zou staan van de maatschappelijke en politieke werkelijkheid etc.). Ik heb Perdu gevraagd me dat Groene-stuk toe te sturen.
    Het is overigens wel te begrijpen waarom Boomsma de meer klassieke positie betrekt als het om het vrije woord gaat. Een aantal jaren geleden werd hij immers voor het gerecht gedaagd vanwege een uitspraak in een interview naar aanleidng van een boek van hem over de misdragingen van de Hollanders in Nederlands-Indië; dat ze net zo erg waren geweest als de nazi's - zoiets. Natuurlijk was er een oud-KNIL-militair, of een anderszins bejaarde ijzervreter die het nodig vond zich beledigd te voelen - en het hele proces heeft Graa flink aangepakt, herinner ik me (ik zag hem toen af en toe in het kader van De Groene).
    Maar toch, als het gaat om de vrijheid van meningsuiting is het wellicht aangewezen de meer klassieke opvattingen daaromtrent te verlaten. In literatuur en andere kunsten is meer dan een eeuw getracht om voor kunst een vrijplaats te creëren, een onafhankelijkheid ten opzichte van machthebbers en heersende moraal. Bon, daar is ze ruimschoots in geslaagd, zou je zeggen, zozeer dat iedereen nu alles mag zeggen wat hij of zij maar wil; er luistert toch geen hond meer. De kritische impuls die uitging van een dergelijke afgewendheid tegenover politiek en moraal is inmiddels in zijn tegendeel verkeerd; er is nu meer dan ooit behoefte om bijvoorbeeld literatuur ideologisch te lezen (ook al is ze door een auteur niet in eerste instantie zo bedoeld). De eerste voorwaarde daarvoor lijkt me je realiseren dat woorden ook daden zijn, en in een toch voor beschaafd doorgaande samenleving als de onze: vooral ook zouden moeten zijn. Dat wordt, kortom, een fijn moralistisch praatje daar in Amsterdam.
    Ik geloof trouwens dat ze daar, althans in de kringen van Perdu (marge, uiteindelijk), nu ook eindelijk klaar voor zijn. Op het gevaar af gelijkhebberig over te komen: ik roep dit al sinds begin jaren negentig en ben op grond daarvan in 't Hollandse meer dan eens afgeserveerd. Het is ook lastig natuurlijk: voor je het weet, klink je als een predikant, een dominee of priester, en is het alsof je terugverlangt naar de tijden van weleer (de verzuilde jaren vijftig - hoe vaak ik dat wel niet naar mijn kop heb gekregen!). Daar gaat het niet om. Het gaat niet om het formuleren van nieuwe, als absoluut gedachte, grote waarheden; het gaat om het besef dat elk woord op waarheid een claim legt - en dat zulks zo zijn verantwoordelijkheden met zich meebrengt ten aanzien van wat je zegt. Maar bon, die lezing is voor later.

  • Pin it!

    later

    Het kan raar lopen in letterland. Was men als auteur net gewend dat het met de receptie van eigen werk wel nooit helemaal naar wens zou verlopen, wordt men op zowel de longlist van De Gouden Uil als op die van de Libris-prijs geplaatst. Met name die laatste bijzetting wekt enige verbazing: in Nederland werd 'Touchdown' alleen besproken in de Haagse Courant. Niets ten nadele van regionale kranten (ik heb er zelf jaren voor geschreven: de krant die thans Dagblad van het Noorden heet, toen: Nieuwsblad van het Noorden), maar je weet: als Klein-Amsterdam het niet ziet, bestaat het niet (in Klein-Amsterdam, dat synoniem wil zijn, en helaas maar al te vaak is, met de totale Nederlandstalige - inclusief de Vlaamse - literatuur). Enfin, wellicht dat 'de pers' in Holland het boek nu alsnog oppikt en de goedheid heeft er een stukje over te plegen (liefst met dezelfde positieve strekking als de recensies in De Standaard, De Tijd en De Morgen). Het is, voorlopig, het enige voordeel dat de bijzetting op dergelijke longlists heeft: een hernieuwde kans op zichtbaarheid in de boekenberg die jaarlijks verschijnt. Nu straks de verleiding weerstaan om op de flaptekst van een nieuw boek te zetten dat 'Touchdown' voor beide geldprijzen 'geprenomineerd' is geweest, zoals ik ooit op een boek zag staan. Bij zo'n woord val ik van mijn stoel van het lachen: wat een pathetiek, immers! En dat bij zo'n loterij.
    Want ik word niet moe te vermelden dat iemand die in 1998 jurylid van (ik meen: ook) de Librisprijs was, lang nadat die prijs was uitgereikt tegen me zei 'Wild vlees' het beste boek te vinden dat hij de afgelopen vijf jaar gelezen had.
    Hoe het dan kwam dat ik dat jaar niet werd genomineerd of zelfs maar op een longlist voorkwam?
    Omdat voorproevers het boekske al op de stapel oud papier hadden gegooid voordat het überhaupt bij juryleden terecht kwam.
    Geen reden verongelijkt te doen; het is een lesje realisme geweest. Zo gaat het. Zo zou het niet moeten gaan, natuurlijk, maar zo gaat het. In die zin is het ook makkelijker om de eventuele vruchten te plukken van de bijzetting op lijsten. Zo gaat het blijkbaar ook.
    Punt is - men leze het niet geheel smetteloze boekje van de heer Kregting, Zij zijn niet van Jeremia (uitgeverij Vantilt) - dat de berg proza te onoverzichtelijk is geworden om elk boek op louter kwaliteit te beoordelen: geruchten, reputaties etc. spelen allemaal een (oneigenlijke) rol.
    Zelf zit ik momenteel ook aan de andere kant van het prijzenuitdeelcircuit: jurylid van de VSB-poëzieprijs (vanavond maakt Thomas Vaessens in Perdu de genomineerden voor dit jaar bekend). Dat was nog te doen: zowat negentig poëziebundels lezen en tegen elkaar afwegen. Maar meer dan 300 prozaboeken? Dat kan alleen wanneer men een jaar wordt vrijgesteld van elke andere arbeid - en zelfs dan zal het nog lastig genoeg zijn.

  • Pin it!

    donderdag 27 januari 2005

    Vandaag was Emma-dag, mijn bijna zes maanden oude dochter. Geweldig gezelschap (zie de foto). Het betekent dat ik tot half twee in de middag druk ben met de gebruikelijke dingen - niet in de laatste plaats met groentepap en luiers (en dat dan weer niet noodzakelijkerwijs in die volgorde). Zodra Hanna terug is van haar werk, kan ik zelf aan de slag.
    Vandaag stonden op het programma teksten van Bataille, Epictetus, Beck, Luhmann, Foucault: 'huiswerk' opgegeven door mede-yang-redacteur Bert Bultinck ter voorbereiding op het eerste nummer van 2005 (te verschijnen in april). Taaie kost soms, en bij tijd en wijle te theoretisch naar mijn smaak (ach, mijn levenslange gevecht met theorie: mijn afkeer bij het besef van de noodzaak ervan). Ik heb me zelf voor het lezen beloond met nog wat pagina's uit Geert Maks 'In Europa' - een boek waar je gemakkelijk flauw over kunt doen ('niks nieuws'), maar dat me een geducht wapen lijkt in de strijd tegen het tanende besef van historische continuïteit (daar ging het eind jaren zeventig al over, naar aanleiding van de hype rond Christopher Lasch’s 'Culture of Narcissism'). Toegegeven, Maks boek wordt naar het einde toe steeds meer journalistiek, naarmate hij het heden nadert. Misschien is dat onvermijdelijk, al had hij over de jaren zestig, de soixante-huitards, de provo-beweging etc. wel wat analytischer kunnen zijn dan hij is. Ook over de radicalisering van links in de Roten Armee Fraktion en de Rode Brigades had hij meer kunnen zeggen dan hij doet. Ook over die jaren - jaren die hij zelf meemaakte - is hij misschien net een tikje te anecdotisch, en ondanks al zijn pogingen om het te vermijden, wellicht toch net iets te nostalgisch. Onvermijdelijk, denk ik, en echt afbreuk aan het boek (aan de opzet ervan) doet het niet. Een kranig werkje.
    Wat later op de Nederlandse tv nog de verkiezing van de nieuwe dichter des vaderlands bekeken. De oude Gerrit (Gerrit Kouwenaar) die er blijkbaar in geslaagd was zijn tien gedichten in minder dan een jaar te schrijven, nog weer horen voorlezen (hij had het daarover toen ik hem uitgebreid sprak op het Groot Beschrijf te Brussel, april j.l.; vroeg zich af of hij dat wel zou redden, maar zei ook dat hij het zichzelf had opgelegd, nu hij door de dood van Paula gedwongen was op zijn 83ste nog weer een invulling aan zijn leven te geven). Zwagerman die flink in discussie ging met dat affreuze baasje Ivo de Wijs - en een standpunt vertegenwoordigde dat me uiteraard sympathiek was. Ik kon me zelfs verzoenen met Pfeijffers opmerkingen over het instituut 'dichter des vaderlands' - al blijft die jongen natuurlijk een eersteklas charlatan. En tja, dat het volk uiteindelijk voor Driek van Wissen koos - wat zal men er over zeggen? Dat poëzie en democratie niet samengaan. Anderzijds: Nederland krijgt weer wat het verdient: een rijmelaar van knekelverzen die het nog nooit verder heeft gebracht dan lauwe mopjes en café-praat. Soit. Morgen wacht yang.